’s Morgens vroeg, tien over zeven. Ik sta in de keuken met mijn haar nog in coupe carbid. Michiel, acht jaar, komt de keuken binnen. Hij loopt wat heen en weer, draalt en draait, tot hij vraagt: ‘Pap, wat vind je van mijn t-shirt-trui-vest-dingetje?’
Ik inspecteer het kledingstuk en antwoord.
‘Ik vind je t-shirt-trui-vest-dingetje prachtig. Heb je die nieuw?’
‘Nou pap! Die hebben we afgelopen zaterdag met z’n allen gekocht, in Amsterdam.’
Is het iets typisch mannelijks of ben ik de enige die hier last van heeft? Alles wat namelijk met kleding te maken heeft, verdwijnt in het grootste zwarte gat dat mijn geheugen rijk is.
Zo kan ik enigszins in paniek raken als mijn vrouw vraagt: ‘zeg schat, wil je voor mij dat nieuwe vestje van Didi en die broek van de H&M pakken, die we afgelopen voorjaar hebben gekocht?’
Er zijn dan twee opties.
Eén, ik vraag een gedetailleerdere beschrijving. Kleur en rugnummer, zeg maar. De blik van, ben je dat nu alweer vergeten, neem ik dan op koop toe.
De tweede optie is dat ik naar boven loop en op goed geluk een vestje en broek uit de kast trek. Dan loop ik echter het risico dat ik bij het overhandigen te horen krijg: ‘Nee, deze bedoel ik niet. Dit hebben we SAMEN bij Miss Etam gekocht. Vorig jaar, twintig oktober.’
Niet alleen het kledinggeheugen van vrouwen is fenomenaal, bij sommigen is hun hele oriëntatie erop ingericht. Jaren geleden werkte ik in Arnhem op een vestiging met alleen maar vrouwen. Als ik vroeg hoe ik bij het gemeentehuis moest komen, kreeg ik steevast een antwoord als: ‘de winkelstraat in, bij de C&A linksaf en dan net voorbij de V&D rechts.’
Waarom niet gewoon: ‘tweede links, eerste rechts’?
Toch zijn er ook uitzonderingen en is er dus nog hoop voor mij. Op de een of andere manier kan ik het zwarte, halfdoorzichtige setje van de Hunkemöller dat ze een tijdje geleden heeft gekocht, maar niet uit mijn gedachten krijgen.
Kollumpjes
Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.
dinsdag 15 november 2011
donderdag 27 oktober 2011
Pootaardappelsociogram.
Op het vroege nieuws kwam een item voorbij over pootaardappelboeren in Friesland. Door zoutwinning komen hun velden eerder en langer onder water te staan. Gevolg? Weg oogst.
Ondanks de malaise die hen te wachten staat, verzuchtte mijn vrouw: ‘ik kan beter pootaardappelboer worden in plaats van juf.’
Dat het op hun school de laatste tijd druk is, was mij bekend, maar dat het zo erg was? Ik vroeg haar daarom wat er precies aan de hand is.
‘Voor alle leerlingen moet een POP worden opgesteld,’ legde ze uit.
‘Een wat?’
‘Een Persoonlijk Ontwikkelings Plan. En voor de zwakste leerlingen moet een handelingsplan komen. Door het terugdringen van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs, krijgen wij steeds meer zwakke leerlingen in de klas.’
‘En verder?’
‘Moet er voor alle leerlingen een sociogram worden opgesteld.’
‘En dat is?’
‘Een overzicht waarin je kan zien welke sociale relaties en verbindingen er zijn binnen een groep leerlingen.’
‘En dat zorgt voor?’
‘Ja, weet ik veel. Kijk, een pootaardappelboer interesseert het niet welke pootaardappel sociale contacten met wie onderhoudt. Zolang die krengen maar groeien.’
‘Ik begrijp dat dit extra werk met zich meebrengt?’
‘Natuurlijk brengt dat extra werkt met zich mee. En dat dus naast de ouderavonden, voorbereidingen voor Sinterklaas en Kerst, het schrijven van rapporten, overleg met de bovenbouwgroep, vergaderingen met al het onderwijzend personeel, koffiediensten, pleinwacht en alle andere zaken.’
‘Zoals lesgeven.’
‘Wat?’
‘Lesgeven, je weet wel, voor de klas staan en de kinderen nieuwe dingen vertellen waardoor ze leren.’
‘Ja duhuh. Dat niet alleen maar we moeten ook nog experimenteren met nieuwe werkvormen.’
’s Avonds besloot ik even te googelen. Die vernieuwingen binnen het onderwijs moeten een positief effect hebben op het niveau van onze schooljeugd. Een recent onderzoek van het Centraal Planbureau liet echter tot mijn verbazing zien dat het niveau van de gemiddelde leerling gedaald is.
Ik vroeg me direct af waarom we de POP’s en alle andere plannen niet overboord gooien. Waarom passen we het pootaardappelensociogram niet toe op de leerlingen. Tegelijkertijd gaan we terug naar klassikaal lesgeven en laten ze groeien?
Ondanks de malaise die hen te wachten staat, verzuchtte mijn vrouw: ‘ik kan beter pootaardappelboer worden in plaats van juf.’
Dat het op hun school de laatste tijd druk is, was mij bekend, maar dat het zo erg was? Ik vroeg haar daarom wat er precies aan de hand is.
‘Voor alle leerlingen moet een POP worden opgesteld,’ legde ze uit.
‘Een wat?’
‘Een Persoonlijk Ontwikkelings Plan. En voor de zwakste leerlingen moet een handelingsplan komen. Door het terugdringen van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs, krijgen wij steeds meer zwakke leerlingen in de klas.’
‘En verder?’
‘Moet er voor alle leerlingen een sociogram worden opgesteld.’
‘En dat is?’
‘Een overzicht waarin je kan zien welke sociale relaties en verbindingen er zijn binnen een groep leerlingen.’
‘En dat zorgt voor?’
‘Ja, weet ik veel. Kijk, een pootaardappelboer interesseert het niet welke pootaardappel sociale contacten met wie onderhoudt. Zolang die krengen maar groeien.’
‘Ik begrijp dat dit extra werk met zich meebrengt?’
‘Natuurlijk brengt dat extra werkt met zich mee. En dat dus naast de ouderavonden, voorbereidingen voor Sinterklaas en Kerst, het schrijven van rapporten, overleg met de bovenbouwgroep, vergaderingen met al het onderwijzend personeel, koffiediensten, pleinwacht en alle andere zaken.’
‘Zoals lesgeven.’
‘Wat?’
‘Lesgeven, je weet wel, voor de klas staan en de kinderen nieuwe dingen vertellen waardoor ze leren.’
‘Ja duhuh. Dat niet alleen maar we moeten ook nog experimenteren met nieuwe werkvormen.’
’s Avonds besloot ik even te googelen. Die vernieuwingen binnen het onderwijs moeten een positief effect hebben op het niveau van onze schooljeugd. Een recent onderzoek van het Centraal Planbureau liet echter tot mijn verbazing zien dat het niveau van de gemiddelde leerling gedaald is.
Ik vroeg me direct af waarom we de POP’s en alle andere plannen niet overboord gooien. Waarom passen we het pootaardappelensociogram niet toe op de leerlingen. Tegelijkertijd gaan we terug naar klassikaal lesgeven en laten ze groeien?
maandag 10 oktober 2011
Go Go
Gepubliceerd in de Pers op 10 oktober 2011
Met een volle winkelwagen sta ik voor de uitgang van de supermarkt met de grote C. Naast de bossen rozen en potten herfstasters wacht ik tot een volle winkelwagen mij passeert. Een oudere dame met een enorme stapel etenswaren en schoonmaakmiddelen schuifelt door de schuifdeuren naar buiten. Onmiddellijk gevolgd door die kinderstemmen: ‘mevrouw, mevrouhouw.’
Als ik om het hoekje gluur, zie ik dat zeker achttien kinderen om haar heen zwermen. Ze gebaart paniekerig en roept iets maar haar stem komt niet boven de dansende en hossende massa uit. Ik haal diep adem, duw mijn winkelwagentje naar buiten en loop zo snel mogelijk richting de parkeerplaats, vijftig meter verderop.
Voor ik echter halverwege ben staan er al drie voor me; verhitte gezichten, hoge stemmen en een volume van minimaal 103 decibel.
‘Mijnheer, heeft u gogooos?’
Ik draai mijn proviandkar en begin te rennen, achter mij hoor ik hoe het grut mij achtervolgt.
‘Meneeheeer!!’
Steeds sneller probeer ik de meute te ontvluchten. Het geluid van voetstappen verandert in tromgeroffel en komt steeds dichterbij. Kinderhanden pakken mijn jas vast waardoor het steeds zwaarder wordt om te rennen. Op het moment dat er drie koters aan mijn armen en twee aan mijn benen hangen geef ik het op. Ik struikel en voor ik het weet zitten ze op mijn rug. Ik voel hoe ze mijn jaszakken, broekzakken en borstzak doorzoeken.
‘Hé, kappen nou,’ roep ik luid.
‘Wat is er?’ roept iemand.
‘Ik ben het zat. Een mens kan niet eens meer normaal boodschappen doen.’
Een hand aait mijn wang. Het is geen kinderhand maar een warme volwassen vrouwenhand.
Ik draai mijn hoofd opzij en zie het gezicht van mijn vrouw.
‘Schat. Het is half acht. Ga je mee eruit? We zouden vroeg boodschappen doen omdat het nu nog rustig is.’
Het duurt een paar seconden voor ik besef wat er aan de hand is.
‘Ja graag,’ roep ik en spring uit bed.
Verbaasd kijkt ze me aan.
‘Vanwaar dat enthousiasme?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op, ‘Oh, zo maar.’
Met een volle winkelwagen sta ik voor de uitgang van de supermarkt met de grote C. Naast de bossen rozen en potten herfstasters wacht ik tot een volle winkelwagen mij passeert. Een oudere dame met een enorme stapel etenswaren en schoonmaakmiddelen schuifelt door de schuifdeuren naar buiten. Onmiddellijk gevolgd door die kinderstemmen: ‘mevrouw, mevrouhouw.’
Als ik om het hoekje gluur, zie ik dat zeker achttien kinderen om haar heen zwermen. Ze gebaart paniekerig en roept iets maar haar stem komt niet boven de dansende en hossende massa uit. Ik haal diep adem, duw mijn winkelwagentje naar buiten en loop zo snel mogelijk richting de parkeerplaats, vijftig meter verderop.
Voor ik echter halverwege ben staan er al drie voor me; verhitte gezichten, hoge stemmen en een volume van minimaal 103 decibel.
‘Mijnheer, heeft u gogooos?’
Ik draai mijn proviandkar en begin te rennen, achter mij hoor ik hoe het grut mij achtervolgt.
‘Meneeheeer!!’
Steeds sneller probeer ik de meute te ontvluchten. Het geluid van voetstappen verandert in tromgeroffel en komt steeds dichterbij. Kinderhanden pakken mijn jas vast waardoor het steeds zwaarder wordt om te rennen. Op het moment dat er drie koters aan mijn armen en twee aan mijn benen hangen geef ik het op. Ik struikel en voor ik het weet zitten ze op mijn rug. Ik voel hoe ze mijn jaszakken, broekzakken en borstzak doorzoeken.
‘Hé, kappen nou,’ roep ik luid.
‘Wat is er?’ roept iemand.
‘Ik ben het zat. Een mens kan niet eens meer normaal boodschappen doen.’
Een hand aait mijn wang. Het is geen kinderhand maar een warme volwassen vrouwenhand.
Ik draai mijn hoofd opzij en zie het gezicht van mijn vrouw.
‘Schat. Het is half acht. Ga je mee eruit? We zouden vroeg boodschappen doen omdat het nu nog rustig is.’
Het duurt een paar seconden voor ik besef wat er aan de hand is.
‘Ja graag,’ roep ik en spring uit bed.
Verbaasd kijkt ze me aan.
‘Vanwaar dat enthousiasme?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op, ‘Oh, zo maar.’
maandag 26 september 2011
Koffie verkeerd
Een paar jaar geleden bestelde ik in de VS een koffie. Onmiddellijk kreeg ik allerlei vragen op me afgevuurd die ik per direct moest beantwoorden. Groot of klein, sterk, slap, gewone melk, opgeklopt, suiker, zoetjes? Terwijl ik mijn best deed antwoorden te bedenken keek de dame mij ongeduldig aan. Achter me hoorde ik gekuch en geschuifel van de volgende klanten die blijkbaar vonden dat tien seconden wel erg veel tijd is om vijf vragen te beantwoorden.
Ik bedacht me hoe blij ik was dat in Nederland het leven nog één stapje trager verliep.
Deze week zag ik een reclame waarin een paar mannen het huis van een vriend binnenvielen. Ze maakten zich namelijk ongerust omdat hij al twaalf seconden geen bericht meer via Twitter, MSN, e-mail en allerlei social media de wereld had ingestuurd. Vanochtend op de radio werd schande gesproken over Matthijs van Nieuwkerk omdat hij niet direct een antwoord had op de vraag hoe hij zijn schaamhaar draagt. En niet voor niets sprak premier Rutte de legendarische woorden: ‘doe zelf eens normaal, joh,’ terwijl hij beter had kunnen zwijgen.
Ook in Nederland hoor je er inmiddels alleen nog maar bij wanneer je zo ad rem bent dat je antwoord geeft voor de vraag gesteld is.
Tegen mijn gevoel in probeer ik mijn kinderen daarom klaar te stomen voor het ‘echte leven’.
Als ze zich kwaad maken zeg ik tegen ze: ‘even tot twee tellen en dan rustig doorgaan.’
Wanneer ik vraag wat voor beleg ze op hun brood willen en ze geven binnen één seconde geen antwoord, smeer ik er voor straf spruitjespasta op.
Als ze op hun vrije woensdagmiddag een videofilm kijken zet ik de dvd-speler op versneld afspelen. In de helft van de tijd zien zij de film en het bespaart mij geld voor een cursus snellezen. Bijkomend voordeel: ze hebben daarna nog een half uur over om berichtjes te sturen naar hun vierhonderdvijfentwintig Hyves vrienden.
Ondertussen drink ik, binnen tien seconden, mijn Latte Macchiato met medium opgeklopt schuim, anderhalf zoetje uit een halfgrote beker.
Ik bedacht me hoe blij ik was dat in Nederland het leven nog één stapje trager verliep.
Deze week zag ik een reclame waarin een paar mannen het huis van een vriend binnenvielen. Ze maakten zich namelijk ongerust omdat hij al twaalf seconden geen bericht meer via Twitter, MSN, e-mail en allerlei social media de wereld had ingestuurd. Vanochtend op de radio werd schande gesproken over Matthijs van Nieuwkerk omdat hij niet direct een antwoord had op de vraag hoe hij zijn schaamhaar draagt. En niet voor niets sprak premier Rutte de legendarische woorden: ‘doe zelf eens normaal, joh,’ terwijl hij beter had kunnen zwijgen.
Ook in Nederland hoor je er inmiddels alleen nog maar bij wanneer je zo ad rem bent dat je antwoord geeft voor de vraag gesteld is.
Tegen mijn gevoel in probeer ik mijn kinderen daarom klaar te stomen voor het ‘echte leven’.
Als ze zich kwaad maken zeg ik tegen ze: ‘even tot twee tellen en dan rustig doorgaan.’
Wanneer ik vraag wat voor beleg ze op hun brood willen en ze geven binnen één seconde geen antwoord, smeer ik er voor straf spruitjespasta op.
Als ze op hun vrije woensdagmiddag een videofilm kijken zet ik de dvd-speler op versneld afspelen. In de helft van de tijd zien zij de film en het bespaart mij geld voor een cursus snellezen. Bijkomend voordeel: ze hebben daarna nog een half uur over om berichtjes te sturen naar hun vierhonderdvijfentwintig Hyves vrienden.
Ondertussen drink ik, binnen tien seconden, mijn Latte Macchiato met medium opgeklopt schuim, anderhalf zoetje uit een halfgrote beker.
maandag 5 september 2011
Terug in de tijd.
Het was mooi weer en we besloten naar het Archeon te gaan om een duik in het verleden te nemen.
Geen wildwaterbanen maar uitgeholde boomstammen waarin je zelf moet peddelen. Binnen de kortste keren verdwenen onze kinderen gillend en lachend uit het zicht. Wij bleven op veilige afstand naar een prehistorische jachtdans staan kijken. Kom je namelijk te dichtbij dan loop je het risico tussen de stampende en woeste kreten uitstotende meute getrokken te worden.
Vanuit het stenen tijdperk overbrugden we even later moeiteloos de drieduizend jaar die ons scheidden van de bronstijd. We ontdekten dat onze verre voorouders op rieten matten sliepen en boomstammen als bank gebruikten. Tegenover die keiharde zitplaats hingen dierenvellen in plaats van een flatscreen.
Van graan en kruiden brouwden ze bier dat lauw, koolzuurloos maar drinkbaar was.
Weer honderd meter verderop stapten we de Romeinse tijd in. En wat is er meer Romeins dan een gladiatorengevecht? Om half vier vulden een paar honderd man de tribunes van de arena. In zo’n omgeving is er natuurlijk niets mooier dan iemand uit het publiek voor schut zetten. De stoere gladiator zocht een vrijwilliger, drie kinderhanden en die van mijn vrouw wezen in mijn richting, ik dook onder de bank maar helaas, er was geen ontkomen aan.
Dus werd Pim omgedoopt tot Pimus. In zo’n gevecht tussen woeste uitziende, zwaar gespierde mannen moet je op zijn minst een beetje stoere naam hebben. Ondanks pogingen mijn tegenstander van de wijs te brengen door mijn ondermaatse biceps te tonen en oorlogskreten uit te stoten was mijn rol snel uitgespeeld. Een lans trof me in mijn bovenlijf, ik stortte ter aarde en blies mijn laatste adem uit.
Mijn einde in de arena markeerde het begin van fifteen minutes of fame. Even later, wandelend richting de uitgang, herkenden verschillende parkbezoekers gladiator Pimus. Bij mijn kinderen kon ik niet meer stuk en terwijl we vanuit de prehistorie de snelweg opdraaiden, namen de verrichten van Pimus mythische proporties aan.
En Pimus zelf? Die verlangde naar een koud biertje en een avondje televisie kijken op bank.
Geen wildwaterbanen maar uitgeholde boomstammen waarin je zelf moet peddelen. Binnen de kortste keren verdwenen onze kinderen gillend en lachend uit het zicht. Wij bleven op veilige afstand naar een prehistorische jachtdans staan kijken. Kom je namelijk te dichtbij dan loop je het risico tussen de stampende en woeste kreten uitstotende meute getrokken te worden.
Vanuit het stenen tijdperk overbrugden we even later moeiteloos de drieduizend jaar die ons scheidden van de bronstijd. We ontdekten dat onze verre voorouders op rieten matten sliepen en boomstammen als bank gebruikten. Tegenover die keiharde zitplaats hingen dierenvellen in plaats van een flatscreen.
Van graan en kruiden brouwden ze bier dat lauw, koolzuurloos maar drinkbaar was.
Weer honderd meter verderop stapten we de Romeinse tijd in. En wat is er meer Romeins dan een gladiatorengevecht? Om half vier vulden een paar honderd man de tribunes van de arena. In zo’n omgeving is er natuurlijk niets mooier dan iemand uit het publiek voor schut zetten. De stoere gladiator zocht een vrijwilliger, drie kinderhanden en die van mijn vrouw wezen in mijn richting, ik dook onder de bank maar helaas, er was geen ontkomen aan.
Dus werd Pim omgedoopt tot Pimus. In zo’n gevecht tussen woeste uitziende, zwaar gespierde mannen moet je op zijn minst een beetje stoere naam hebben. Ondanks pogingen mijn tegenstander van de wijs te brengen door mijn ondermaatse biceps te tonen en oorlogskreten uit te stoten was mijn rol snel uitgespeeld. Een lans trof me in mijn bovenlijf, ik stortte ter aarde en blies mijn laatste adem uit.
Mijn einde in de arena markeerde het begin van fifteen minutes of fame. Even later, wandelend richting de uitgang, herkenden verschillende parkbezoekers gladiator Pimus. Bij mijn kinderen kon ik niet meer stuk en terwijl we vanuit de prehistorie de snelweg opdraaiden, namen de verrichten van Pimus mythische proporties aan.
En Pimus zelf? Die verlangde naar een koud biertje en een avondje televisie kijken op bank.
donderdag 25 augustus 2011
Zo tweeduizendtien!
Dagblad 'de Pers', woensdag 31 augustus 2011
‘Ze lachen me straks allemaal uit.’
Wie schoolgaande kinderen heeft, kent deze zin waarschijnlijk wel. Het accent ligt hierbij steevast op het woordje: ALLEMAAL. En zeg nou eerlijk, welke ouder voelt geen emotie bij de gedachte dat je kind uitgelachen of, erger nog, gepest wordt?
Dus leggen we die vrijwel gloednieuwe Eastpack rugzak in de kast en kopen een nieuwe in een maatje kleiner. Om te voorkomen dat hij te kijk wordt gezet vanwege die buitenproportionele verhuistas op zijn rug.
De voor de laatste verjaardag aangeschafte, ongelooflijk vette mobiele telefoon met Internet, camera, radio en toetsenbord is ineens hopeloos verouderd. IEDEREEN heeft namelijk al een Smartphone of Blackberrie. Hij wilt toch zeker niet gezien worden met een toestel uit het stenen tijdperk?
Die heerlijk zittende spijkerbroek of dat geweldige overhemd, meegenomen vanuit onze zonnige vakantiebestemming blijkt ineens aangeschaft in een bui van totale verstandsverbijstering. De reden is dat er geen merkje op geborduurd is die hoort bij wat algemeen geaccepteerd is. En dus hoort hij er niet meer bij.
Toegegeven, zijn huidige fiets is een fijne en zeer degelijke fiets maar ALLE KLASGENOTEN rijden op een omafiets. De meiden hebben een rieten fietsmand voorop. De jongens, ZONDER UITZONDERING, een omgebouwd krat bier waar dat kleinere formaat rugzak precies inpast.
Als ik beweer dat hij gewaardeerd wordt om wie hij is levert dat niet veel meer dan meewarig hoofdschudden op. Even rustig op de bank plaatsnemen voor een goed ouder-kind gesprek eindigt al snel met de conclusie dat ik er niets van snap.
Ik doe nog even een poging om uit te zoeken wie die: ALLEMAAL, IEDEREEN, ALLE KLASGENOTEN precies zijn. Op de een of andere manier krijg ik ook dat niet helder.
De twijfel slaat toe. Ga ik hierin mee in een poging mijn kind te vriend en gelukkig te houden of blijf ik er tegen vechten?
Maar goed, genoeg geklaagd. Ik moet sowieso rennen om op tijd bij de dealer te zijn. Mijn auto is namelijk zo tweeduizendtien … tenminste, dat beweren al mijn collega’s.
‘Ze lachen me straks allemaal uit.’
Wie schoolgaande kinderen heeft, kent deze zin waarschijnlijk wel. Het accent ligt hierbij steevast op het woordje: ALLEMAAL. En zeg nou eerlijk, welke ouder voelt geen emotie bij de gedachte dat je kind uitgelachen of, erger nog, gepest wordt?
Dus leggen we die vrijwel gloednieuwe Eastpack rugzak in de kast en kopen een nieuwe in een maatje kleiner. Om te voorkomen dat hij te kijk wordt gezet vanwege die buitenproportionele verhuistas op zijn rug.
De voor de laatste verjaardag aangeschafte, ongelooflijk vette mobiele telefoon met Internet, camera, radio en toetsenbord is ineens hopeloos verouderd. IEDEREEN heeft namelijk al een Smartphone of Blackberrie. Hij wilt toch zeker niet gezien worden met een toestel uit het stenen tijdperk?
Die heerlijk zittende spijkerbroek of dat geweldige overhemd, meegenomen vanuit onze zonnige vakantiebestemming blijkt ineens aangeschaft in een bui van totale verstandsverbijstering. De reden is dat er geen merkje op geborduurd is die hoort bij wat algemeen geaccepteerd is. En dus hoort hij er niet meer bij.
Toegegeven, zijn huidige fiets is een fijne en zeer degelijke fiets maar ALLE KLASGENOTEN rijden op een omafiets. De meiden hebben een rieten fietsmand voorop. De jongens, ZONDER UITZONDERING, een omgebouwd krat bier waar dat kleinere formaat rugzak precies inpast.
Als ik beweer dat hij gewaardeerd wordt om wie hij is levert dat niet veel meer dan meewarig hoofdschudden op. Even rustig op de bank plaatsnemen voor een goed ouder-kind gesprek eindigt al snel met de conclusie dat ik er niets van snap.
Ik doe nog even een poging om uit te zoeken wie die: ALLEMAAL, IEDEREEN, ALLE KLASGENOTEN precies zijn. Op de een of andere manier krijg ik ook dat niet helder.
De twijfel slaat toe. Ga ik hierin mee in een poging mijn kind te vriend en gelukkig te houden of blijf ik er tegen vechten?
Maar goed, genoeg geklaagd. Ik moet sowieso rennen om op tijd bij de dealer te zijn. Mijn auto is namelijk zo tweeduizendtien … tenminste, dat beweren al mijn collega’s.
donderdag 18 augustus 2011
Pizza in Piazza,
In Montelparo, ons vakantiedorp, staat het weekend in het teken van Pizza in Piazza. Het halve dorp verzamelt zich op het ‘Piazza Cavour’, hét dorpsplein. Houten tafels en banken staan in lange rijen om ruimte te bieden aan zoveel mogelijk pizzaverorberende mensen. Tussen twee bomen hangt een slinger feestverlichting die er waarschijnlijk vanaf kerst al hangt en minimaal tot december blijft hangen. Om de feestvreugde te verhogen mag de dorpsjeugd hun muzikale talenten ten gehore brengen en meespelen met een cd van hun helden. Zo nu en dan wordt het muzikale genie van ACDC of Led Zeppelin begraven onder een tenenkrommende valse noot.
De dame achter de tafel waar de bestellingen geplaatst worden, is de enige die begrijpt hoe de organisatie van dit evenement is geregeld. Het betalen van een Quattro Stagioni, Margherita en Vino Bianco is dan ook in no-time geregeld. Ze wijst, ‘over there you order pizza. If ready you order drink.’ Beter Engels heb ik nog niet gehoord in de afgelopen dagen. Ik ben eigenwijs en bestel direct de drankjes.
Achter de tafel waar de dampende pizza’s worden neergezet werkt één Italiaanse van hooguit zestien jaar. Van alle kanten zwaaien mensen met hun briefjes met bestellingen. Ze rent heen en weer, probeert bier te tappen uit een kraan waar het vocht langzaam uit druppelt en naarmate de avond vordert beslaan haar brillenglazen. Ik vraag een Nederlandse dame naast me hoe lang ze inmiddels staat te wachten.
‘Een uur,’ zegt ze. Daarom het advies de drankjes nog niet te bestellen.
Er zit niets anders op dan rustig afwachten.
‘Zo, die is dik,’ roept mijn dochter luidkeels.
De vrouw van de pizzabakker ziet er inderdaad uit of ze de helft van wat ze bakt, zelf opeet. Of zou het daarom zo lang duren?
Een uurtje later zijn onze pizza’s klaar, de fles wijn leeg en de zoon van de plaatselijke herbergier is de eerste muzikant die gemeend applaus krijgt voor de scheurende klanken die hij uit zijn gitaar tovert.
Deze avond Italiaanse cultuur snuiven had ik voor geen geld willen missen.
De dame achter de tafel waar de bestellingen geplaatst worden, is de enige die begrijpt hoe de organisatie van dit evenement is geregeld. Het betalen van een Quattro Stagioni, Margherita en Vino Bianco is dan ook in no-time geregeld. Ze wijst, ‘over there you order pizza. If ready you order drink.’ Beter Engels heb ik nog niet gehoord in de afgelopen dagen. Ik ben eigenwijs en bestel direct de drankjes.
Achter de tafel waar de dampende pizza’s worden neergezet werkt één Italiaanse van hooguit zestien jaar. Van alle kanten zwaaien mensen met hun briefjes met bestellingen. Ze rent heen en weer, probeert bier te tappen uit een kraan waar het vocht langzaam uit druppelt en naarmate de avond vordert beslaan haar brillenglazen. Ik vraag een Nederlandse dame naast me hoe lang ze inmiddels staat te wachten.
‘Een uur,’ zegt ze. Daarom het advies de drankjes nog niet te bestellen.
Er zit niets anders op dan rustig afwachten.
‘Zo, die is dik,’ roept mijn dochter luidkeels.
De vrouw van de pizzabakker ziet er inderdaad uit of ze de helft van wat ze bakt, zelf opeet. Of zou het daarom zo lang duren?
Een uurtje later zijn onze pizza’s klaar, de fles wijn leeg en de zoon van de plaatselijke herbergier is de eerste muzikant die gemeend applaus krijgt voor de scheurende klanken die hij uit zijn gitaar tovert.
Deze avond Italiaanse cultuur snuiven had ik voor geen geld willen missen.
Abonneren op:
Posts (Atom)