Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.

dinsdag 21 december 2010

Paardenpraat

Deze column is op maandag 17 januari geplaatst in 'de PERS. Daarnaast ook op hun website:http://www.depers.nl/columns/

Onze dochter van negen is gegrepen door het ‘paardenvirus’. Het begon met bescheiden afbeeldingen van paardenhoofden op haar nachtkastje. Inmiddels galopperen levensgrote merries en ruinen over de wand van haar slaapkamer.
Enkele weken geleden begon onze wekelijkse gang naar het paardenparadijs. De kennismaking met een tot dan toe onbekende wereld kon beginnen.
Sinds mijn eerste bezoek begrijp ik waarom enkele klasgenootjes van mijn vroeger naar ‘eau de equestrian’ riekten. Als je na een dagje paardrijden en borstelen niet doucht, raak je die geur maar moeizaam kwijt.
Nu weet ik dat er ook zoiets bestaat als paardenpraat. Paarden praten niet, ze hinniken, maar de mensen eromheen des te meer, zo lijkt het. Voor een leek is het gebruikte vocabulaire niet altijd goed te volgen.
Toen ik vanmiddag na haar rijles wilde afrekenen vond men dat ik maar even moest wachten. Dat werd me niet rechtstreeks verteld, maar non verbaal werd me dat fijntjes duidelijk gemaakt. Ik stond erbij en luisterde toe, het geld in mijn hand.
‘Die potentiĆ«le koper zei dat het paard niet goed ‘sloot’, linksachter. De fysio heeft het beest bekeken. Niets aan de hand. Het probleem kan niet chirurgisch worden opgelost maar door middel van training.’
‘En jij flinke wat geld armer?’
‘Tweehonderd eurootjes. Maar die koper weet natuurlijk ook dat een Z-paard veel meer geld waard is.’
‘Natuurlijk, minimaal het dubbele.’
Mijn blik viel op een artikel in de krant naast me.
‘Opnieuw vier doden door Mexicaanse griep’
Het was alsof de echte wereld maar moeizaam door de zware paardengeur doordrong.
Mijn dochter kwam binnen, een stralende blik in haar ogen.
‘Zag je me, pap?’
Ik knikte, dat begreep ik tenminste nog. Ik legde mijn geld op de bar en riep: ‘tot volgende week!’
Iemand in het gezelschap stak een hand op.
Toen we in de auto zaten raakte ze niet uitgepraat.
‘Het was moeilijk om Iris tijdens het galopperen op de hoefslag te houden,’ zei ze opeens.
‘De hoefslag?’ ik keek haar vragend aan. Heel even voelde ik iets van de afstand die zojuist tussen de mensen aan de bar en mij merkbaar was geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten