Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.

dinsdag 15 november 2011

Kleren maken de man.

’s Morgens vroeg, tien over zeven. Ik sta in de keuken met mijn haar nog in coupe carbid. Michiel, acht jaar, komt de keuken binnen. Hij loopt wat heen en weer, draalt en draait, tot hij vraagt: ‘Pap, wat vind je van mijn t-shirt-trui-vest-dingetje?’
Ik inspecteer het kledingstuk en antwoord.
‘Ik vind je t-shirt-trui-vest-dingetje prachtig. Heb je die nieuw?’
‘Nou pap! Die hebben we afgelopen zaterdag met z’n allen gekocht, in Amsterdam.’
Is het iets typisch mannelijks of ben ik de enige die hier last van heeft? Alles wat namelijk met kleding te maken heeft, verdwijnt in het grootste zwarte gat dat mijn geheugen rijk is.
Zo kan ik enigszins in paniek raken als mijn vrouw vraagt: ‘zeg schat, wil je voor mij dat nieuwe vestje van Didi en die broek van de H&M pakken, die we afgelopen voorjaar hebben gekocht?’
Er zijn dan twee opties.
Eén, ik vraag een gedetailleerdere beschrijving. Kleur en rugnummer, zeg maar. De blik van, ben je dat nu alweer vergeten, neem ik dan op koop toe.
De tweede optie is dat ik naar boven loop en op goed geluk een vestje en broek uit de kast trek. Dan loop ik echter het risico dat ik bij het overhandigen te horen krijg: ‘Nee, deze bedoel ik niet. Dit hebben we SAMEN bij Miss Etam gekocht. Vorig jaar, twintig oktober.’
Niet alleen het kledinggeheugen van vrouwen is fenomenaal, bij sommigen is hun hele oriëntatie erop ingericht. Jaren geleden werkte ik in Arnhem op een vestiging met alleen maar vrouwen. Als ik vroeg hoe ik bij het gemeentehuis moest komen, kreeg ik steevast een antwoord als: ‘de winkelstraat in, bij de C&A linksaf en dan net voorbij de V&D rechts.’
Waarom niet gewoon: ‘tweede links, eerste rechts’?
Toch zijn er ook uitzonderingen en is er dus nog hoop voor mij. Op de een of andere manier kan ik het zwarte, halfdoorzichtige setje van de Hunkemöller dat ze een tijdje geleden heeft gekocht, maar niet uit mijn gedachten krijgen.

donderdag 27 oktober 2011

Pootaardappelsociogram.

Op het vroege nieuws kwam een item voorbij over pootaardappelboeren in Friesland. Door zoutwinning komen hun velden eerder en langer onder water te staan. Gevolg? Weg oogst.
Ondanks de malaise die hen te wachten staat, verzuchtte mijn vrouw: ‘ik kan beter pootaardappelboer worden in plaats van juf.’
Dat het op hun school de laatste tijd druk is, was mij bekend, maar dat het zo erg was? Ik vroeg haar daarom wat er precies aan de hand is.
‘Voor alle leerlingen moet een POP worden opgesteld,’ legde ze uit.
‘Een wat?’
‘Een Persoonlijk Ontwikkelings Plan. En voor de zwakste leerlingen moet een handelingsplan komen. Door het terugdringen van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs, krijgen wij steeds meer zwakke leerlingen in de klas.’
‘En verder?’
‘Moet er voor alle leerlingen een sociogram worden opgesteld.’
‘En dat is?’
‘Een overzicht waarin je kan zien welke sociale relaties en verbindingen er zijn binnen een groep leerlingen.’
‘En dat zorgt voor?’
‘Ja, weet ik veel. Kijk, een pootaardappelboer interesseert het niet welke pootaardappel sociale contacten met wie onderhoudt. Zolang die krengen maar groeien.’
‘Ik begrijp dat dit extra werk met zich meebrengt?’
‘Natuurlijk brengt dat extra werkt met zich mee. En dat dus naast de ouderavonden, voorbereidingen voor Sinterklaas en Kerst, het schrijven van rapporten, overleg met de bovenbouwgroep, vergaderingen met al het onderwijzend personeel, koffiediensten, pleinwacht en alle andere zaken.’
‘Zoals lesgeven.’
‘Wat?’
‘Lesgeven, je weet wel, voor de klas staan en de kinderen nieuwe dingen vertellen waardoor ze leren.’
‘Ja duhuh. Dat niet alleen maar we moeten ook nog experimenteren met nieuwe werkvormen.’
’s Avonds besloot ik even te googelen. Die vernieuwingen binnen het onderwijs moeten een positief effect hebben op het niveau van onze schooljeugd. Een recent onderzoek van het Centraal Planbureau liet echter tot mijn verbazing zien dat het niveau van de gemiddelde leerling gedaald is.
Ik vroeg me direct af waarom we de POP’s en alle andere plannen niet overboord gooien. Waarom passen we het pootaardappelensociogram niet toe op de leerlingen. Tegelijkertijd gaan we terug naar klassikaal lesgeven en laten ze groeien?

maandag 10 oktober 2011

Go Go

Gepubliceerd in de Pers op 10 oktober 2011

Met een volle winkelwagen sta ik voor de uitgang van de supermarkt met de grote C. Naast de bossen rozen en potten herfstasters wacht ik tot een volle winkelwagen mij passeert. Een oudere dame met een enorme stapel etenswaren en schoonmaakmiddelen schuifelt door de schuifdeuren naar buiten. Onmiddellijk gevolgd door die kinderstemmen: ‘mevrouw, mevrouhouw.’
Als ik om het hoekje gluur, zie ik dat zeker achttien kinderen om haar heen zwermen. Ze gebaart paniekerig en roept iets maar haar stem komt niet boven de dansende en hossende massa uit. Ik haal diep adem, duw mijn winkelwagentje naar buiten en loop zo snel mogelijk richting de parkeerplaats, vijftig meter verderop.
Voor ik echter halverwege ben staan er al drie voor me; verhitte gezichten, hoge stemmen en een volume van minimaal 103 decibel.
‘Mijnheer, heeft u gogooos?’
Ik draai mijn proviandkar en begin te rennen, achter mij hoor ik hoe het grut mij achtervolgt.
‘Meneeheeer!!’
Steeds sneller probeer ik de meute te ontvluchten. Het geluid van voetstappen verandert in tromgeroffel en komt steeds dichterbij. Kinderhanden pakken mijn jas vast waardoor het steeds zwaarder wordt om te rennen. Op het moment dat er drie koters aan mijn armen en twee aan mijn benen hangen geef ik het op. Ik struikel en voor ik het weet zitten ze op mijn rug. Ik voel hoe ze mijn jaszakken, broekzakken en borstzak doorzoeken.
‘Hé, kappen nou,’ roep ik luid.
‘Wat is er?’ roept iemand.
‘Ik ben het zat. Een mens kan niet eens meer normaal boodschappen doen.’
Een hand aait mijn wang. Het is geen kinderhand maar een warme volwassen vrouwenhand.
Ik draai mijn hoofd opzij en zie het gezicht van mijn vrouw.
‘Schat. Het is half acht. Ga je mee eruit? We zouden vroeg boodschappen doen omdat het nu nog rustig is.’
Het duurt een paar seconden voor ik besef wat er aan de hand is.
‘Ja graag,’ roep ik en spring uit bed.
Verbaasd kijkt ze me aan.
‘Vanwaar dat enthousiasme?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op, ‘Oh, zo maar.’

maandag 26 september 2011

Koffie verkeerd

Een paar jaar geleden bestelde ik in de VS een koffie. Onmiddellijk kreeg ik allerlei vragen op me afgevuurd die ik per direct moest beantwoorden. Groot of klein, sterk, slap, gewone melk, opgeklopt, suiker, zoetjes? Terwijl ik mijn best deed antwoorden te bedenken keek de dame mij ongeduldig aan. Achter me hoorde ik gekuch en geschuifel van de volgende klanten die blijkbaar vonden dat tien seconden wel erg veel tijd is om vijf vragen te beantwoorden.
Ik bedacht me hoe blij ik was dat in Nederland het leven nog één stapje trager verliep.
Deze week zag ik een reclame waarin een paar mannen het huis van een vriend binnenvielen. Ze maakten zich namelijk ongerust omdat hij al twaalf seconden geen bericht meer via Twitter, MSN, e-mail en allerlei social media de wereld had ingestuurd. Vanochtend op de radio werd schande gesproken over Matthijs van Nieuwkerk omdat hij niet direct een antwoord had op de vraag hoe hij zijn schaamhaar draagt. En niet voor niets sprak premier Rutte de legendarische woorden: ‘doe zelf eens normaal, joh,’ terwijl hij beter had kunnen zwijgen.
Ook in Nederland hoor je er inmiddels alleen nog maar bij wanneer je zo ad rem bent dat je antwoord geeft voor de vraag gesteld is.
Tegen mijn gevoel in probeer ik mijn kinderen daarom klaar te stomen voor het ‘echte leven’.
Als ze zich kwaad maken zeg ik tegen ze: ‘even tot twee tellen en dan rustig doorgaan.’
Wanneer ik vraag wat voor beleg ze op hun brood willen en ze geven binnen één seconde geen antwoord, smeer ik er voor straf spruitjespasta op.
Als ze op hun vrije woensdagmiddag een videofilm kijken zet ik de dvd-speler op versneld afspelen. In de helft van de tijd zien zij de film en het bespaart mij geld voor een cursus snellezen. Bijkomend voordeel: ze hebben daarna nog een half uur over om berichtjes te sturen naar hun vierhonderdvijfentwintig Hyves vrienden.
Ondertussen drink ik, binnen tien seconden, mijn Latte Macchiato met medium opgeklopt schuim, anderhalf zoetje uit een halfgrote beker.

maandag 5 september 2011

Terug in de tijd.

Het was mooi weer en we besloten naar het Archeon te gaan om een duik in het verleden te nemen.
Geen wildwaterbanen maar uitgeholde boomstammen waarin je zelf moet peddelen. Binnen de kortste keren verdwenen onze kinderen gillend en lachend uit het zicht. Wij bleven op veilige afstand naar een prehistorische jachtdans staan kijken. Kom je namelijk te dichtbij dan loop je het risico tussen de stampende en woeste kreten uitstotende meute getrokken te worden.
Vanuit het stenen tijdperk overbrugden we even later moeiteloos de drieduizend jaar die ons scheidden van de bronstijd. We ontdekten dat onze verre voorouders op rieten matten sliepen en boomstammen als bank gebruikten. Tegenover die keiharde zitplaats hingen dierenvellen in plaats van een flatscreen.
Van graan en kruiden brouwden ze bier dat lauw, koolzuurloos maar drinkbaar was.
Weer honderd meter verderop stapten we de Romeinse tijd in. En wat is er meer Romeins dan een gladiatorengevecht? Om half vier vulden een paar honderd man de tribunes van de arena. In zo’n omgeving is er natuurlijk niets mooier dan iemand uit het publiek voor schut zetten. De stoere gladiator zocht een vrijwilliger, drie kinderhanden en die van mijn vrouw wezen in mijn richting, ik dook onder de bank maar helaas, er was geen ontkomen aan.
Dus werd Pim omgedoopt tot Pimus. In zo’n gevecht tussen woeste uitziende, zwaar gespierde mannen moet je op zijn minst een beetje stoere naam hebben. Ondanks pogingen mijn tegenstander van de wijs te brengen door mijn ondermaatse biceps te tonen en oorlogskreten uit te stoten was mijn rol snel uitgespeeld. Een lans trof me in mijn bovenlijf, ik stortte ter aarde en blies mijn laatste adem uit.
Mijn einde in de arena markeerde het begin van fifteen minutes of fame. Even later, wandelend richting de uitgang, herkenden verschillende parkbezoekers gladiator Pimus. Bij mijn kinderen kon ik niet meer stuk en terwijl we vanuit de prehistorie de snelweg opdraaiden, namen de verrichten van Pimus mythische proporties aan.
En Pimus zelf? Die verlangde naar een koud biertje en een avondje televisie kijken op bank.

donderdag 25 augustus 2011

Zo tweeduizendtien!

Dagblad 'de Pers', woensdag 31 augustus 2011

‘Ze lachen me straks allemaal uit.’
Wie schoolgaande kinderen heeft, kent deze zin waarschijnlijk wel. Het accent ligt hierbij steevast op het woordje: ALLEMAAL. En zeg nou eerlijk, welke ouder voelt geen emotie bij de gedachte dat je kind uitgelachen of, erger nog, gepest wordt?
Dus leggen we die vrijwel gloednieuwe Eastpack rugzak in de kast en kopen een nieuwe in een maatje kleiner. Om te voorkomen dat hij te kijk wordt gezet vanwege die buitenproportionele verhuistas op zijn rug.
De voor de laatste verjaardag aangeschafte, ongelooflijk vette mobiele telefoon met Internet, camera, radio en toetsenbord is ineens hopeloos verouderd. IEDEREEN heeft namelijk al een Smartphone of Blackberrie. Hij wilt toch zeker niet gezien worden met een toestel uit het stenen tijdperk?
Die heerlijk zittende spijkerbroek of dat geweldige overhemd, meegenomen vanuit onze zonnige vakantiebestemming blijkt ineens aangeschaft in een bui van totale verstandsverbijstering. De reden is dat er geen merkje op geborduurd is die hoort bij wat algemeen geaccepteerd is. En dus hoort hij er niet meer bij.
Toegegeven, zijn huidige fiets is een fijne en zeer degelijke fiets maar ALLE KLASGENOTEN rijden op een omafiets. De meiden hebben een rieten fietsmand voorop. De jongens, ZONDER UITZONDERING, een omgebouwd krat bier waar dat kleinere formaat rugzak precies inpast.
Als ik beweer dat hij gewaardeerd wordt om wie hij is levert dat niet veel meer dan meewarig hoofdschudden op. Even rustig op de bank plaatsnemen voor een goed ouder-kind gesprek eindigt al snel met de conclusie dat ik er niets van snap.
Ik doe nog even een poging om uit te zoeken wie die: ALLEMAAL, IEDEREEN, ALLE KLASGENOTEN precies zijn. Op de een of andere manier krijg ik ook dat niet helder.
De twijfel slaat toe. Ga ik hierin mee in een poging mijn kind te vriend en gelukkig te houden of blijf ik er tegen vechten?
Maar goed, genoeg geklaagd. Ik moet sowieso rennen om op tijd bij de dealer te zijn. Mijn auto is namelijk zo tweeduizendtien … tenminste, dat beweren al mijn collega’s.

donderdag 18 augustus 2011

Pizza in Piazza,

In Montelparo, ons vakantiedorp, staat het weekend in het teken van Pizza in Piazza. Het halve dorp verzamelt zich op het ‘Piazza Cavour’, hét dorpsplein. Houten tafels en banken staan in lange rijen om ruimte te bieden aan zoveel mogelijk pizzaverorberende mensen. Tussen twee bomen hangt een slinger feestverlichting die er waarschijnlijk vanaf kerst al hangt en minimaal tot december blijft hangen. Om de feestvreugde te verhogen mag de dorpsjeugd hun muzikale talenten ten gehore brengen en meespelen met een cd van hun helden. Zo nu en dan wordt het muzikale genie van ACDC of Led Zeppelin begraven onder een tenenkrommende valse noot.
De dame achter de tafel waar de bestellingen geplaatst worden, is de enige die begrijpt hoe de organisatie van dit evenement is geregeld. Het betalen van een Quattro Stagioni, Margherita en Vino Bianco is dan ook in no-time geregeld. Ze wijst, ‘over there you order pizza. If ready you order drink.’ Beter Engels heb ik nog niet gehoord in de afgelopen dagen. Ik ben eigenwijs en bestel direct de drankjes.
Achter de tafel waar de dampende pizza’s worden neergezet werkt één Italiaanse van hooguit zestien jaar. Van alle kanten zwaaien mensen met hun briefjes met bestellingen. Ze rent heen en weer, probeert bier te tappen uit een kraan waar het vocht langzaam uit druppelt en naarmate de avond vordert beslaan haar brillenglazen. Ik vraag een Nederlandse dame naast me hoe lang ze inmiddels staat te wachten.
‘Een uur,’ zegt ze. Daarom het advies de drankjes nog niet te bestellen.
Er zit niets anders op dan rustig afwachten.
‘Zo, die is dik,’ roept mijn dochter luidkeels.
De vrouw van de pizzabakker ziet er inderdaad uit of ze de helft van wat ze bakt, zelf opeet. Of zou het daarom zo lang duren?
Een uurtje later zijn onze pizza’s klaar, de fles wijn leeg en de zoon van de plaatselijke herbergier is de eerste muzikant die gemeend applaus krijgt voor de scheurende klanken die hij uit zijn gitaar tovert.
Deze avond Italiaanse cultuur snuiven had ik voor geen geld willen missen.

Ciao Italia,

Dicht op elkaar zitten zes oudere, Italiaanse mannen in de paar vierkante meter schaduw naast het dorspcafé. Minder dan een meter verderop teistert de zon de keien. Twee hagedissen kronkelen tegen de stadsmuur. De ogen van de mannen schitteren bij het zien van zoveel blonde haren en blauwe ogen. Eén van hen stelt ons de vraag die van de gezichten van de anderen is af te lezen.
‘Holandesi?’
‘Si,’antwoord ik.
‘I live in Paris,’ zegt hij, alsof dat bij ons om de hoek ligt. We lopen langs hen het cafeetje binnen.
De corpulente, bijna tandenloze waard is opgewekt. Het lukt ons, hevig gebarend, om voor de kinderen ijsjes te bestellen. Met een platte ijsschep bouwt hij drie enorme scheve ijstorens van Pisa. Drie paar ogen beginnen te stralen.
Zelf willen we een thee en een koffie.
‘Dopio?, ‘ vraagt hij. Ik knik. Een dubbele espresso gaat er wel in. Hij tovert het heerlijk geurende vocht uit de machine. Als hij het kopje naar me toe schuift, zie ik dat het donkerbruine goedje maar net de bodem van het koffiekopje bedekt. Op de bar liggen noten- en kaaskoeken die ons met succes verleiden. We nemen onze bestelling mee naar buiten en voelen hoe zes paar Italiaanse ogen ons volgen. In de brandende zon smelten de gigantische ijsjes van de kinderen snel weg, haast is geboden. De koffie, thee en koeken smaken zoals het alleen tijdens de vakantie kan smaken. We genieten van het uitzicht over een deel van de ‘Marche’ met in de verte de Monti Sibilini, het gebergte dat op een half uur rijden vanaf ‘ons dorpje’ Motelparo ligt. Als goed opgevoede Holandesi brengen we onze lege kopjes terug naar binnen.
De waard lacht als we opnieuw zijn domein binnenlopen. Tien euro negentig is de schade, waar in Nederland betaal je dat voor een vergelijkbare bestelling?
‘Arrivederci,’ zegt de man.
‘Arrivederci,’ antwoorden we en lopen naar buiten.
‘Bonjour,’ de Franse Italiaan straalt.
‘Arrivederci,’ zeggen wij. De weinige Italiaanse woorden die wij in afgelopen dagen hebben opgepikt laten we ons door hem niet afnemen.

woensdag 3 augustus 2011

Putjeschepper

Gepubliceerd op donderdag 4 augustus in 'de Pers'

Ons ‘karretje’, aanhangwagen is een te groot woord, staat veilig gestald bij een boertje in de binnenlanden van de Veluwe. De boer en zijn vrouw zijn de tachtig al een tijd geleden gepasseerd. Op hun boerderijtje, omringt door een enorm stuk land, houden ze nog een stuk of wat koeien. Ze hebben nog een hoeveelheid energie die ik bij mijzelf soms moet zoeken. Kortom, ze redden zichzelf nog uitstekend, hebben overal een mening over en zijn precies op de hoogte van wat er zich in de wereld om hen heen afspeelt. Als je er eenmaal bent, moet je van hele goede huizen komen wil het je lukken om binnen een half uur weer te vertrekken.
Zo in de voorbereiding op de vakantieperiode moest het karretje een inspectiebeurt hebben: banden testen, verlichting checken, even alle puntjes op de i.
Het wagentje is al vierde, misschien wel vijfdehands, onze auto bijna nieuw. Gevolg was dat de nieuwe kentekenplaat niet paste. Nu zaten er wel schroefjes en boutjes aan de achterzijde van ons karretje maar de corresponderende gaten in de nieuwe kentekenplaat ontbraken nog.
‘Gèèèèn probleem,’ riep de man op zijn Veluws. Hij liep naar de werkbank waar zijn gereedschap tot gevaarlijke hoogtes lag opgestapeld. Ergens onder uit de metaalhoop toverde hij een grote hamer en een roestige spijker tevoorschijn. Met een paar slagen stanste ik twee gaten in de metalen plaat en schroefde deze netjes op de achterkant van ons rijdende berghok.
‘Ik had timmerman moeten worden,’ zei ik.
De man keek me geamuseerd aan en liet zijn blik over mijn pak met bijpassende stropdas glijden.
‘Wat doe je veur de kost, dan?’ vroeg hij uiteindelijk
‘Iets met computers,’ antwoordde ik, omdat ik vermoedde dat het woord consultant niet in zijn woordenboek voorkwam.
‘Ah, zo.’
Hij was een tijdje stil en liet zijn blik over ‘zijn landgoed’ gaan.
‘’t Is eigenlijk net als putjeschepper,’ zei hij uiteindelijk. ‘In’t begin is het even wennen maar als je de slag eenmaal te pakken hebt is er geen kunst meer aan.’

vrijdag 17 juni 2011

Luchtje

Op 21 juni gepubliceerd in dagblad 'de Pers'

Onze kinderen hebben het snuffelen op rommelmarkten en in kringloopwinkels genetisch geërfd van hun moeder. Ik ben namelijk die man die met zijn handen in zijn zakken staat toe te kijken. Degene die gelaten knikt als er weer een schat uit de rommel wordt opgedoken.
Er zijn twee dingen waar ik warm voor loop: cd’s en boeken. Hoewel ook dat vaak tegenvalt, Corry Konings en de Bouquetreeks zijn namelijk weer niet aan mij besteed.
Gisterenmiddag kwam onze zoon van dertien opgewonden thuis. In de etalage van de kringloopwinkel had hij iets gezien wat hij beslist wil hebben.
Nu is zijn worsteling met de pubertijd in volle gang, de eerste feestjes zijn achter de rug en hij is inmiddels heimelijk verliefd (en ik weet op wie). Wat sinds enkele maanden onmisbaar is, zijn fris ruikende oksels die de hele dag geen spoor van hun natuurlijk geur prijsgeven. Een zware, kruidige geur sijpelt daarom dagelijks, rond zeven uur ’s morgens, onder de deur van zijn slaapkamer door en neemt bezit van het huis. Enkele vriendelijke verzoeken om het spuiten te beperken tot kleinere hoeveelheden zijn tot op heden niet gehonoreerd. De bussen raken inmiddels zo snel leeg dat we besloten hebben dat hij zijn okselfris van zijn eigen zakgeld moet gaan kopen.
De etalage waar hij gisteren langs reed, biedt hem mogelijkheden tot besparing op zijn budget. De daar opgestelde spuitbussen zijn namelijk half zo duur als in de drogisterij. Ik schoot in de lach toen hij vertelde dat hij deodorant wil kopen in een tweedehands winkel.
‘Waarom moet je daarom lachen?’ vroeg hij enigszins verontwaardigd.
‘Omdat ik me afvraag bij wie de geur in die spuitbussen vandaan komt,’ antwoordde ik.
Hij was even stil, moest er duidelijk even over nadenken.
‘Ha ha, pap. Flauwe grap. Niet meer dan een drie.’ Wij geven elkaar inmiddels cijfers op een schaal van één tot tien, voor elkaars grappen en woordspelingen.
‘Toch ga ik er dit weekend één kopen,’ besloot hij.
Voor mij het bewijs wat ik al langer beweer: tweedehands spullen, daar zit altijd een luchtje aan.

vrijdag 8 april 2011

Eicelsponsoring

Het zal weinig mensen ontgaan zijn, sinds woensdag 6 april mogen vrouwen in Nederland eicellen laten invriezen. Ideaal voor bijvoorbeeld carrièrevrouwen die eiceltechnisch op hun hoogtepunt zijn maar nog niet aan kinderen willen beginnen. Op 7 april spraken Matthijs van Nieuwkerk en Halina Reijn in De Wereld Draait Door over het onderwerp. De kosten voor het onderdompelen van verse vrouweneitjes in een gecultiveerde Siberische winter blijken zesduizend euro te zijn. Daarvoor moet je dan wel twee, niet al te prettige behandelingen ondergaan. Halina vroeg aan Matthijs of hij dat geld voor haar op tafel ging leggen. Door die vraag zag ik ineens een gat in de markt. Waarom geen eicelsponsoring?
‘Deze Antarctische eicellen zijn mede mogelijk gemaakt door Captain Iglo.’
Maar wie kijkt er nu in de vrieskisten van het AMC, de plek waar die eicellen opgeslagen worden? Voor die paar laboratoriummedewerkers trekt een sponsor zijn portemonnee niet uit de broekzak. Het zal dus veel groter aangepakt moeten worden.
Ik pleit daarom voor een samenwerking tussen ziekenhuizen en het Thialf in Heerenveen. Al die eicellen worden ingevroren in het razendsnelle ijs van onze nationale schaatstempel. Langs de kant tientallen zwaar gesponsorde reclameborden.
Het productschap Pluimvee en Eieren plaats hun bekende slogan: een ei hoort erbij.
Met Pasen organiseert het Thialf een wedstrijd ijseieren zoeken.
De partner van een van onze voormalige schaatshelden doet mee en sponsort het bord: ‘Rintje, hier ligt het ingevroren begin van ons kindje.’
Verderop in DWDD een item over de nieuwe film van Reinout Oerlemans. Het verhaal van Willem Barentsz wordt verfilmd met in één van de rollen Doutzen Kroes. Waarom niet het huidige budget van een slordige zeven miljoen opkrikken door middel van een kijkersactie. Eén van de ingevroren eicellen van Doutzen wordt verstopt op Spitsbergen. Wie wil mag gaan zoeken. Eyeworks volgt de tientallen echtparen op de voet en produceert het reality programma. Resultaat: een hoop publiciteit, hoge kijkcijfers, veel sponsoren en dus geld. En het echtpaar dat wint mag de rest van hun leven roepen dat hun kind toch echt het mooiste van de hele wereld is.

dinsdag 5 april 2011

Rokjesdag

De winter heeft zich alweer even teruggetrokken en zo nu en dan laat de lente zich gelden. Een paar uurtjes zon, een weekend met temperaturen rond of net boven de twintig graden. Het begint er af en toe alweer echt op te lijken.
Het lijkt ook wel of er, sinds Martin Bril niet meer onder ons is, steeds vaker gepraat en geschreven wordt over rokjesdag. Wanneer zal het dit jaar zijn? Wat denk je, gaat het komende week gebeuren? Martin zit vast en zeker ergens glimlachend achterover geleund zijn erfenis in zich op te nemen. Aan het eind van de dag neemt hij plaats achter zijn bureau en schrijft een column voor het Hemelsch Dagblad. Op zijn dooie gemak, er is toch tijd zat.
Nu kan ik het mis hebben maar ik heb hem nog niet meegemaakt dit jaar, rokjesdag bedoel ik dan. Hoewel het afgelopen zaterdag heerlijk weer was, werd ik niet warm of koud van wat ik in het centrum om me heen zag. Geen rokje die onder invloed van een flinke zucht wind even een paar centimeter omhoog golfde en een flard van opwinding uit het winkelend publiek liet opstijgen. Geen universeel weten bij het vrouwelijke deel van de bevolking dat dit dé dag was. Niet een algemene alertheid bij de mannen.
Maar ineens schoot het mij te binnen. Ik woon in het verkeerde deel van ons land. In onze vaderlandse Bible Belt kennen we geen rokjesdag. In deze contreien draagt sowieso een deel van de bevolking dagelijks een rok. Het liefst één die minimaal tegen windkracht zes bestand is. Dit zorgt voor zo weinig mogelijk opwaaiende stukken stof waardoor hooguit minieme stukjes van een bloot been onthuld worden. Het vrouwelijk deel van de bevolking dat zich normaal gesproken niet in rok hult zal zich zelfs op ‘rokjesdag’ waarschijnlijk niet laten verleiden door hun innerlijke drang.
Daarom overvalt me ieder voorjaar dat melancholische gevoel. Het is mijn onderbewuste weten dat ik die ene dag van het jaar hier moet missen. De dag waarop het leven elders in ons land ineens veel zonniger lijkt.

dinsdag 22 maart 2011

Bij wijze van spreken

Gepubliceerd in dagblad 'de Pers' op 24 maart 2011.

Na onze teammeeting blijf ik nog even zitten om een en ander te laten bezinken. Word ik ouder en heb ik daarom meer tijd nodig om dingen op een rij te zetten of komt het door al die nieuwe termen?
Een tijdje geleden hadden we nog labels. Die waren qua benaming ouderwets. Daarom zijn daar de Capability Lines voor in de plaats gekomen.
Gelukkig zijn onze doelen afgeschaft, al hebben ze daar wel iets nieuws voor bedacht: Targets en KPI’s.
Verder zullen de line managers benaderd worden voor een impact analysis van de nieuwe business rules die de webservice van een gedegen security shield moeten voorzien, geloof ik. Lijkt me de most for the hand lying step to take.

Opgelucht na een pittige werkdag stap ik ons huis binnen.
‘Pap,’ roept de jongste van zeven, ‘ik heb het hoogste level bereikt.’
‘Waarmee?’
‘Met Instant Super Car Racing and Crashing Game,’ of zoiets. Ik weet echt niet meer wat hij precies zei.
‘Knap joh. Dat heeft je zeker wel wat tijd gekost.’
‘Nee hoor. Pieter, je weet wel, vertelde dat er een bug in zat. Daardoor kan je de level zelf ophogen.’
‘OK, slim.’
‘Valt wel mee, eitje.’
‘Piece of cake dus.’
‘Wat zeg je, pap?’
‘Niets, ik heb honger.’

Half acht, lekker even DWDD kijken.
Onderuitgezakt op de bank luister ik naar het item over Twitteren. Een bericht via Twitter heet een Tweet. Nicollete van Dam is Twitteraar van het jaar geworden. Armin van Buren heeft meer dan tweehonderd-nog-wat-duizend followers. Je hebt een account nodig, kan podcasts bekijken en als iets heel populair is spreken we van een trending topic. Als ik het allemaal goed begrepen heb tenminste.

Half elf ‘s avonds. Nog even Rakker uitlaten.
Zodra ik opsta komt hij meteen zijn mand uit. Hij rent naar de gang en kijkt ongeduldig naar de hondenriem die aan de kapstok hangt.
‘Ga zitten, pootje, goed zo.’
Ik lijn hem aan, beloon hem met een hondenkoekje, aai een keer over zijn kop en krijg een lik als dank terug.
Communiceren kan soms zo eenvoudig zijn.

maandag 21 maart 2011

Wereld van verschil.

Een paar weken geleden werd de inboedel van het failliete IT’s te koop aangeboden. In de kranten en op televisie beelden van mensen die vastberaden waren om als eerste binnen te komen. Voordringen, elleboogje hier, knietje daar, verbale intimidatie; bijna alles was geoorloofd in hun jacht naar korting.
Afgelopen vrijdag draaide ik tijdens de avondspits bij Ouderrijn de A12 op. De ruimte tussen de twee auto’s links van mij was te krap om in te kunnen voegen. Ik zette mijn richtingaanwijzer aan om duidelijk te maken dat ik er graag tussen wilde. De achterste van de twee bleef op minder dan een meter van zijn voorganger zitten en gaf geen krimp. Ik keek hem van opzij aan, hij keek terug. Ik gebaarde, zonder middelvinger, dat ik heel graag naar links wilde. Met een arrogant gebaar maakte hij duidelijk dat ik dan toch echt achter hem moest aansluiten.
Ik besloot dat de beste man mijn opwinding niet waard was, liet mijn gas los en voegde achter hem in. Toen ik hem even later inhaalde stak ik nog even mijn duim op, als dank. Ik geef eerlijk toe dat ik ook niet altijd zin heb om ruimte voor een ander te maken.
Verbijsterd keek ik de afgelopen weken naar de beelden uit Japan. De omvang is niet te bevatten, de machteloosheid die bij een deel van de bevolking moet heersen evenmin. De schappen van de winkels raakten zo goed als leeg en er ontstond schaarste aan drinkwater. Opeens stuitte ik op een foto die me aan het denken zette. Lange rijen mensen, van boven af gefotografeerd. Iedereen wachtte geduldig tot het moment waarop ze hun rantsoen voedsel en water in ontvangst mochten nemen. Zelfs op de foto was te zien hoe gedisciplineerd het er aan toe ging.
Mocht er ooit in Nederland een ramp van dergelijke omvang plaatsvinden vraag ik me af hoe het er hier aan toe zal gaan? Sluiten wij netjes achter in de rij aan? Geven we elkaar de ruimte? Laten we met z’n allen hopen dat we daar nooit achter hoeven te komen.

zondag 13 maart 2011

Social Media als statussymbool

Ik ben altijd een sukkel geweest als het gaat om mezelf status verschaffen. Sommige statussymbolen zijn simpelweg te duur voor me maar meestal is het gewoon een kwestie van verkeerde tijd en/of plaats.
Jaren geleden verprutste ik een uitgelezen kans. Tijdens een vakantie in een Noord Afrikaans land kon ik mijn zusje verkopen voor wat kamelen. Met een beetje onderhandelen had ik dat aantal makkelijk kunnen verdubbelen, ze was het zeker waard. In dat land had het me direct aanzien gegeven. Ik liet me weerhouden door het beeld van mezelf na terugkeer, wandelend met mijn kudde door de Kalverstraat.
Tijdens de opkomst van GSM’s kochten mijn collega’s continu de nieuwste, kleinste en lichtste mobieltjes. Zelfs nu mensen om me heen mobiel kunnen fotograferen, internetten, emailen, MP-drieën en navigeren gebruik ik mijn telefoon voor bellen, stel je voor!
Regelmatig zie ik hele jonge jongens rijden in auto’s twee keer zo groot als de mijne. Blonde haren, slank lijf en dito benen op de bijrijderstoel. Hoe doen ze dat toch?
Voor weer anderen is het belangrijk om in gezelschap luidkeels te praten over hun uitgebreide vriendenkring en wie ze daar allemaal toe rekenen. Ik blijf dan heel stil.
Toch zitten daar nieuwe mogelijkheden. Bij Social Media is het belangrijk hoeveel vrienden of volgers je hebt.
Facebook heb ik geprobeerd maar valt af.
Twitteren is al helemaal niets voor mij. Het kost me uren om deze column in 350 woorden te persen, laat staan een bericht in max 140 tekens.
Mijn hoop is daarom gevestigd op LinkedIn. Stiekem hou ik een wedstrijd waarbij ik anderen probeer in te halen qua aantallen. Echter, zodra ik met moeite twee nieuwe contacten heb gescoord zie ik dat zij alleen maar verder uitlopen. Toch hoop ik ooit de 500+ categorie te halen. Kan ík eens een keer opscheppen op een feestje.
Zal deze column het begin zijn van mijn eeuwige roem? Als dit stukje geplaatst wordt en u stuurt mij een uitnodiging via LinkedIn kan ik eindelijk stijgen op de ladder die status heet.

maandag 7 maart 2011

Wachtkamertijden.

Deze column is gepubliceerd in dagblad 'de Pers' op 10 maart 2011.
http://www.depers.nl/columns/

Het was weer tijd voor een bezoek aan de KNO-arts met Michiel, onze jongste van zeven. Sinds jaar en dag past de beste man micro-irrigatie met buisjes toe op beide gehoorgangen en trommelvliezen. Michiel was ondertussen weer op een kritiek punt belandt. Hij hoorde ons namelijk niet meer wanneer we hem vroegen of hij een snoepje wilde. Tot nu toe is dat een aardig betrouwbaar criterium gebleken.
Klokslag kwart over twee werden we verwacht.
Zittend in de wachtkamer draaide de secondewijzer van de wandklok ongestoord zijn rondjes. Een beginnende puber met een gebroken been vierde zijn hyperactiviteit bot op de rolstoel waaraan hij gekluisterd zat. Zijn moeder was duidelijk gewend aan het aan ADHD grenzende gedrag van haar zoon en staarde onverstoorbaar voor zich uit, net als de andere wachtenden.
Michiel en ik begonnen onze tijd te doden met armpje drukken op de leuning van de stoel. Daarna hebben we de assistentes een cijfer gegeven tussen de één en de tien. Vervolgens bleef er ruimschoots tijd over om talloze hoofdrekensommen tot de honderd op te lossen.
Toen we inmiddels ruim twintig minuten 'overtijd' waren, begon ik me af te vragen hoe het toch mogelijk is dat we dit normaal vinden. Artsen hebben jarenlange universitaire studies achter de rug met wiskunde als verplicht vak. Ze weten precies waar alles in ons lichaam zit en waar het voor dient. Ze snijden ons open, verplaatsen onderdelen van de een naar de ander en naaien ons weer dicht. Korte tijd na zo’n ingreep staan we meestal weer op en doen het gewoon weer.
Hoe moeilijk Is het om na jarenlange ervaring met spreekuren de gemiddelde lengte van een consult in te schatten en zo je afspraken goed te plannen?
Ik zie voor Michiel een gouden toekomst weggelegd als onafhankelijk spreekuren adviseur voor artsen. Hij had namelijk geen enkele fout gemaakt tijdens ons hoofdrekenspel.
Terwijl we naar buiten liepen vergeleek ik de tijd op de wandklok met die van mijn horloge. De wandklok liep vijf minuten achter. Zo slim zijn ze dan weer wel, die artsen.

woensdag 16 februari 2011

De scheidingsplanner

Op 22 februari 2011 is deze column gepubliceerd in 'de Pers'.

Grote zwarte letters schuiven voor me langs: “Help, ik ga scheiden”.
Als de bestelbus de kruising over is zie ik op de achterkant het adres van de website: “scheidingsplanner.nl”.
Ben ik de enige die op zo’n moment een ongemakkelijk gevoel krijgt?
Een scheiding is vervelend genoeg. Niemand wil op zo’n moment opgezadeld worden met onnodige ruzies, financiële ellende en toestanden over bezoekregelingen voor de kinderen. Dat iemand daarbij professionele hulp kan bieden snap ik daarom ook nog wel. Mijn gevoel van ongemak komt voort uit de manier waarop zo’n bedrijf ermee te koop loopt of, in dit geval, rijdt. “Wij verdienen goed geld aan uw ellende!”. Zoiets.
Eigenlijk is het sowieso een vreemde benaming: “Scheidingsplanner”. Alsof je zoiets plant.
Komt een man bij de scheidingsplanner.
“Goedemiddag, ik kom mijn scheiding plannen.”
“Heeft u een datum in gedachten?”
“Ik denk dat het over een weekje of zes echt afgelopen is. Kunt u in uw agenda zien of u in die periode nog een gaatje heeft?”
“Zo te zien moet dat nog lukken. Zal ik u via uw Outlook agenda alvast een aantal opties sturen?”
“Lijkt me een goed plan.”
“ Andere vraag. Weet uw vrouw dat u hier nu bent?”
“Nee. We praten al jaren niet meer met elkaar.”

Het is natuurlijk iets dat is komen overwaaien uit de Verenigde Staten. Waarbij het wel weer apart is om te bedenken dat het fenomeen ‘Wedding planner’ in Nederland nauwelijks voet aan de grond krijgt. Blijkbaar zijn wij niet bereid om in een ‘Wedding Planner’ te investeren bij het sluiten van ons huwelijk maar wel in een ‘Divorce Planner’ bij het ontbinden ervan.
Dat het nog gekker kan, bewijst een korte zoektocht op Internet. Je kan je scheidingsbemiddelaar voor meer zaken inhuren. Een aantal bedrijven staat te popelen om, als alle ellende achter de rug is, een scheidingsfeest voor jou en al je vrienden te organiseren.
‘Nog een laatste vraag,’ zegt de scheidingsplanner. ‘Wilt u dat ik straks uw toekomstige ex-vrouw uitnodig op uw scheidingsfeest?’
‘Doe maar niet. Wel heel graag mijn toekomstige ex-schoonzus.’

donderdag 10 februari 2011

Vegasex

Dierenrechtenorganisatie PETA heeft een belangrijke stap gezet in het bevrijden van een deel van onze bevolking. Maandag 7 februari stond het artikel: ‘van bil met bleekselderij en wortelen’ in de Pers. Groente en fruit zijn in, vlees is uit. De belangrijkste redenen? Vegetariërs zijn gezonder, sportiever en hebben betere sex.
Het laatste, nog bestaande taboe wordt eindelijk doorbroken. Al die duizenden mensen die jarenlang hun groente- en fruitfetish hebben verborgen, kunnen er nu voor uitkomen.
Als een bh op het punt staat uitgetrokken te worden hoeven ze die stem ergens in hun hoofd niet meer stil te houden. Je mag het nu gewoon schreeuwen: ‘laat zien die witte kolen!’
Vrouwen die zich altijd hebben ingehouden bij het zien van een ongebruikelijke verdikking in de jeans van hun partner, vriend, minnaar of de glazenwasser kunnen het nu gewoon zeggen: ‘kom maar op met die pastinaak.’
Broccoli is niet meer vies maar vreselijk opwindend. Bietensap wordt de nieuwste afrodisiac en worteltaart gaat in alle coffeeshops van Nederland spacecake vervangen.
Naast de loveparade en de Gay Games krijgen we de Vegie & Fruit Race. Het wereldkampioenschap bananeschilglijden wordt live gevolgd door de NOS.
Eindelijk snappen we waarom Henk Angenent, de spruitjeskweker uit Woubrugge, die historische sprint kon winnen van de onverslaanbaar geachte Erik Hulzebosch. Wedden dat Erik de avond ervoor biefstuk heeft gegeten? Als hij in plaats daarvan een vegaburger met mueslirepen verorbert had zou zijn tegenstander geen schijn van kans hebben gehad.
Ik weet zeker dat boer Frank er enorm van baalt dat dit bericht nu pas naar buiten komt. Had hij het eerder geweten dan had hij nooit voortijdig afscheid genomen van de vegetarische Berber. Zijn dilemma over of hij Judith of Anita naar huis zou sturen had nooit plaatsgevonden. De huilpartij tussen de geiten was hem bespaard gebleven. Sterker nog, die geiten hadden meteen hun langste tijd gehad. Zijn stal zou omgebouwd zijn tot champignonkwekerij.
Persoonlijk kan ik me nu al verheugen op vanavond. Mijn vrouw weet het nog niet, maar ons bed ligt vol met tien kilo hutspot. Dagenlang zal onze slaapkamer blijven ruiken naar uien, heerlijk.

maandag 7 februari 2011

Ontplofte Tienerkamer

Deze column is op dinsdag 8 februari geplaatst in dagblad 'de Pers'.

Voor wie kinderen in de tienerleeftijd heeft zal het waarschijnlijk een bekend fenomeen zijn: de ontplofte tienerkamer. Toch ligt het net even anders, bedenk ik me als ik het interieur van de kamer van onze dertienjarige zoon aanschouw.
Was de boel daadwerkelijk geëxplodeerd dan zouden het bed, de kledingkast en zijn bureau met computer nooit ongedeerd uit de strijd gekomen zijn. Die staan echter nog altijd op de oude vertrouwde plaats. Sterker nog, de meest opgeruimde plek is het stukje dat ligt binnen een straal van 30 centimeter vanaf zijn computer.
Zijn kamer lijkt op een sneeuwbol, besluit ik. Zo’n halfronde, glazen bol die je kunt kopen in de betere souvenirwinkels. Als je even schudt dwarrelt de sneeuw romantisch neer rondom een alpenwei, het Paleis op de Dam of op de muts van de Kerstman.
Het lijkt net of iemand de kamer van onze zoon heeft losgetrokken van de rest van het huis en het, met een grijns vol leedvermaak, door elkaar geschud heeft. Dat dit de enige verklaring kan zijn blijkt uit de reactie van zoonlief als er iets van gezegd wordt: ‘Ik weet ook niet hoe het komt. Vanmorgen heb ik nog het een en ander opgeruimd.’
Feit is dat er spullen door zijn kamer hebben gezweefd, het kan niet anders. Het dekbed ligt onder zijn bureau, drie paar sokken liggen verspreid door de kamer, één witte sportsok bungelt gemoedelijk aan zijn bureaulamp. Een onderbroek hier, het losbladige schoolschriftsysteem heeft zich redelijk evenwichtig verdeeld over de gehele ruimte. Dan ligt er nog een stapel schoolboeken op het bed.
Uit zijn sporttas kruipen wat losse spullen, een shirtje, de andere sportsok. Zijn sportkleding ruikt misschien een beetje muf maar als hij tijdens de training maar hard genoeg langs zijn teamgenoten rent zal niemand er waarschijnlijk iets van merken.
Ik weet ook wel dat hij er niets aan kan doen. De agenda van de gemiddelde tiener zit propvol: computeren, skaten, televisie, sporten en school. Vraag is alleen waar die agenda gebleven is.
Ooit zal het goed komen, zoals het bij mij ook goed gekomen is. Tenminste…...