Gepubliceerd in dagblad 'de Pers' op 24 maart 2011.
Na onze teammeeting blijf ik nog even zitten om een en ander te laten bezinken. Word ik ouder en heb ik daarom meer tijd nodig om dingen op een rij te zetten of komt het door al die nieuwe termen?
Een tijdje geleden hadden we nog labels. Die waren qua benaming ouderwets. Daarom zijn daar de Capability Lines voor in de plaats gekomen.
Gelukkig zijn onze doelen afgeschaft, al hebben ze daar wel iets nieuws voor bedacht: Targets en KPI’s.
Verder zullen de line managers benaderd worden voor een impact analysis van de nieuwe business rules die de webservice van een gedegen security shield moeten voorzien, geloof ik. Lijkt me de most for the hand lying step to take.
Opgelucht na een pittige werkdag stap ik ons huis binnen.
‘Pap,’ roept de jongste van zeven, ‘ik heb het hoogste level bereikt.’
‘Waarmee?’
‘Met Instant Super Car Racing and Crashing Game,’ of zoiets. Ik weet echt niet meer wat hij precies zei.
‘Knap joh. Dat heeft je zeker wel wat tijd gekost.’
‘Nee hoor. Pieter, je weet wel, vertelde dat er een bug in zat. Daardoor kan je de level zelf ophogen.’
‘OK, slim.’
‘Valt wel mee, eitje.’
‘Piece of cake dus.’
‘Wat zeg je, pap?’
‘Niets, ik heb honger.’
Half acht, lekker even DWDD kijken.
Onderuitgezakt op de bank luister ik naar het item over Twitteren. Een bericht via Twitter heet een Tweet. Nicollete van Dam is Twitteraar van het jaar geworden. Armin van Buren heeft meer dan tweehonderd-nog-wat-duizend followers. Je hebt een account nodig, kan podcasts bekijken en als iets heel populair is spreken we van een trending topic. Als ik het allemaal goed begrepen heb tenminste.
Half elf ‘s avonds. Nog even Rakker uitlaten.
Zodra ik opsta komt hij meteen zijn mand uit. Hij rent naar de gang en kijkt ongeduldig naar de hondenriem die aan de kapstok hangt.
‘Ga zitten, pootje, goed zo.’
Ik lijn hem aan, beloon hem met een hondenkoekje, aai een keer over zijn kop en krijg een lik als dank terug.
Communiceren kan soms zo eenvoudig zijn.
Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.
dinsdag 22 maart 2011
maandag 21 maart 2011
Wereld van verschil.
Een paar weken geleden werd de inboedel van het failliete IT’s te koop aangeboden. In de kranten en op televisie beelden van mensen die vastberaden waren om als eerste binnen te komen. Voordringen, elleboogje hier, knietje daar, verbale intimidatie; bijna alles was geoorloofd in hun jacht naar korting.
Afgelopen vrijdag draaide ik tijdens de avondspits bij Ouderrijn de A12 op. De ruimte tussen de twee auto’s links van mij was te krap om in te kunnen voegen. Ik zette mijn richtingaanwijzer aan om duidelijk te maken dat ik er graag tussen wilde. De achterste van de twee bleef op minder dan een meter van zijn voorganger zitten en gaf geen krimp. Ik keek hem van opzij aan, hij keek terug. Ik gebaarde, zonder middelvinger, dat ik heel graag naar links wilde. Met een arrogant gebaar maakte hij duidelijk dat ik dan toch echt achter hem moest aansluiten.
Ik besloot dat de beste man mijn opwinding niet waard was, liet mijn gas los en voegde achter hem in. Toen ik hem even later inhaalde stak ik nog even mijn duim op, als dank. Ik geef eerlijk toe dat ik ook niet altijd zin heb om ruimte voor een ander te maken.
Verbijsterd keek ik de afgelopen weken naar de beelden uit Japan. De omvang is niet te bevatten, de machteloosheid die bij een deel van de bevolking moet heersen evenmin. De schappen van de winkels raakten zo goed als leeg en er ontstond schaarste aan drinkwater. Opeens stuitte ik op een foto die me aan het denken zette. Lange rijen mensen, van boven af gefotografeerd. Iedereen wachtte geduldig tot het moment waarop ze hun rantsoen voedsel en water in ontvangst mochten nemen. Zelfs op de foto was te zien hoe gedisciplineerd het er aan toe ging.
Mocht er ooit in Nederland een ramp van dergelijke omvang plaatsvinden vraag ik me af hoe het er hier aan toe zal gaan? Sluiten wij netjes achter in de rij aan? Geven we elkaar de ruimte? Laten we met z’n allen hopen dat we daar nooit achter hoeven te komen.
Afgelopen vrijdag draaide ik tijdens de avondspits bij Ouderrijn de A12 op. De ruimte tussen de twee auto’s links van mij was te krap om in te kunnen voegen. Ik zette mijn richtingaanwijzer aan om duidelijk te maken dat ik er graag tussen wilde. De achterste van de twee bleef op minder dan een meter van zijn voorganger zitten en gaf geen krimp. Ik keek hem van opzij aan, hij keek terug. Ik gebaarde, zonder middelvinger, dat ik heel graag naar links wilde. Met een arrogant gebaar maakte hij duidelijk dat ik dan toch echt achter hem moest aansluiten.
Ik besloot dat de beste man mijn opwinding niet waard was, liet mijn gas los en voegde achter hem in. Toen ik hem even later inhaalde stak ik nog even mijn duim op, als dank. Ik geef eerlijk toe dat ik ook niet altijd zin heb om ruimte voor een ander te maken.
Verbijsterd keek ik de afgelopen weken naar de beelden uit Japan. De omvang is niet te bevatten, de machteloosheid die bij een deel van de bevolking moet heersen evenmin. De schappen van de winkels raakten zo goed als leeg en er ontstond schaarste aan drinkwater. Opeens stuitte ik op een foto die me aan het denken zette. Lange rijen mensen, van boven af gefotografeerd. Iedereen wachtte geduldig tot het moment waarop ze hun rantsoen voedsel en water in ontvangst mochten nemen. Zelfs op de foto was te zien hoe gedisciplineerd het er aan toe ging.
Mocht er ooit in Nederland een ramp van dergelijke omvang plaatsvinden vraag ik me af hoe het er hier aan toe zal gaan? Sluiten wij netjes achter in de rij aan? Geven we elkaar de ruimte? Laten we met z’n allen hopen dat we daar nooit achter hoeven te komen.
zondag 13 maart 2011
Social Media als statussymbool
Ik ben altijd een sukkel geweest als het gaat om mezelf status verschaffen. Sommige statussymbolen zijn simpelweg te duur voor me maar meestal is het gewoon een kwestie van verkeerde tijd en/of plaats.
Jaren geleden verprutste ik een uitgelezen kans. Tijdens een vakantie in een Noord Afrikaans land kon ik mijn zusje verkopen voor wat kamelen. Met een beetje onderhandelen had ik dat aantal makkelijk kunnen verdubbelen, ze was het zeker waard. In dat land had het me direct aanzien gegeven. Ik liet me weerhouden door het beeld van mezelf na terugkeer, wandelend met mijn kudde door de Kalverstraat.
Tijdens de opkomst van GSM’s kochten mijn collega’s continu de nieuwste, kleinste en lichtste mobieltjes. Zelfs nu mensen om me heen mobiel kunnen fotograferen, internetten, emailen, MP-drieën en navigeren gebruik ik mijn telefoon voor bellen, stel je voor!
Regelmatig zie ik hele jonge jongens rijden in auto’s twee keer zo groot als de mijne. Blonde haren, slank lijf en dito benen op de bijrijderstoel. Hoe doen ze dat toch?
Voor weer anderen is het belangrijk om in gezelschap luidkeels te praten over hun uitgebreide vriendenkring en wie ze daar allemaal toe rekenen. Ik blijf dan heel stil.
Toch zitten daar nieuwe mogelijkheden. Bij Social Media is het belangrijk hoeveel vrienden of volgers je hebt.
Facebook heb ik geprobeerd maar valt af.
Twitteren is al helemaal niets voor mij. Het kost me uren om deze column in 350 woorden te persen, laat staan een bericht in max 140 tekens.
Mijn hoop is daarom gevestigd op LinkedIn. Stiekem hou ik een wedstrijd waarbij ik anderen probeer in te halen qua aantallen. Echter, zodra ik met moeite twee nieuwe contacten heb gescoord zie ik dat zij alleen maar verder uitlopen. Toch hoop ik ooit de 500+ categorie te halen. Kan ík eens een keer opscheppen op een feestje.
Zal deze column het begin zijn van mijn eeuwige roem? Als dit stukje geplaatst wordt en u stuurt mij een uitnodiging via LinkedIn kan ik eindelijk stijgen op de ladder die status heet.
Jaren geleden verprutste ik een uitgelezen kans. Tijdens een vakantie in een Noord Afrikaans land kon ik mijn zusje verkopen voor wat kamelen. Met een beetje onderhandelen had ik dat aantal makkelijk kunnen verdubbelen, ze was het zeker waard. In dat land had het me direct aanzien gegeven. Ik liet me weerhouden door het beeld van mezelf na terugkeer, wandelend met mijn kudde door de Kalverstraat.
Tijdens de opkomst van GSM’s kochten mijn collega’s continu de nieuwste, kleinste en lichtste mobieltjes. Zelfs nu mensen om me heen mobiel kunnen fotograferen, internetten, emailen, MP-drieën en navigeren gebruik ik mijn telefoon voor bellen, stel je voor!
Regelmatig zie ik hele jonge jongens rijden in auto’s twee keer zo groot als de mijne. Blonde haren, slank lijf en dito benen op de bijrijderstoel. Hoe doen ze dat toch?
Voor weer anderen is het belangrijk om in gezelschap luidkeels te praten over hun uitgebreide vriendenkring en wie ze daar allemaal toe rekenen. Ik blijf dan heel stil.
Toch zitten daar nieuwe mogelijkheden. Bij Social Media is het belangrijk hoeveel vrienden of volgers je hebt.
Facebook heb ik geprobeerd maar valt af.
Twitteren is al helemaal niets voor mij. Het kost me uren om deze column in 350 woorden te persen, laat staan een bericht in max 140 tekens.
Mijn hoop is daarom gevestigd op LinkedIn. Stiekem hou ik een wedstrijd waarbij ik anderen probeer in te halen qua aantallen. Echter, zodra ik met moeite twee nieuwe contacten heb gescoord zie ik dat zij alleen maar verder uitlopen. Toch hoop ik ooit de 500+ categorie te halen. Kan ík eens een keer opscheppen op een feestje.
Zal deze column het begin zijn van mijn eeuwige roem? Als dit stukje geplaatst wordt en u stuurt mij een uitnodiging via LinkedIn kan ik eindelijk stijgen op de ladder die status heet.
maandag 7 maart 2011
Wachtkamertijden.
Deze column is gepubliceerd in dagblad 'de Pers' op 10 maart 2011.
http://www.depers.nl/columns/
Het was weer tijd voor een bezoek aan de KNO-arts met Michiel, onze jongste van zeven. Sinds jaar en dag past de beste man micro-irrigatie met buisjes toe op beide gehoorgangen en trommelvliezen. Michiel was ondertussen weer op een kritiek punt belandt. Hij hoorde ons namelijk niet meer wanneer we hem vroegen of hij een snoepje wilde. Tot nu toe is dat een aardig betrouwbaar criterium gebleken.
Klokslag kwart over twee werden we verwacht.
Zittend in de wachtkamer draaide de secondewijzer van de wandklok ongestoord zijn rondjes. Een beginnende puber met een gebroken been vierde zijn hyperactiviteit bot op de rolstoel waaraan hij gekluisterd zat. Zijn moeder was duidelijk gewend aan het aan ADHD grenzende gedrag van haar zoon en staarde onverstoorbaar voor zich uit, net als de andere wachtenden.
Michiel en ik begonnen onze tijd te doden met armpje drukken op de leuning van de stoel. Daarna hebben we de assistentes een cijfer gegeven tussen de één en de tien. Vervolgens bleef er ruimschoots tijd over om talloze hoofdrekensommen tot de honderd op te lossen.
Toen we inmiddels ruim twintig minuten 'overtijd' waren, begon ik me af te vragen hoe het toch mogelijk is dat we dit normaal vinden. Artsen hebben jarenlange universitaire studies achter de rug met wiskunde als verplicht vak. Ze weten precies waar alles in ons lichaam zit en waar het voor dient. Ze snijden ons open, verplaatsen onderdelen van de een naar de ander en naaien ons weer dicht. Korte tijd na zo’n ingreep staan we meestal weer op en doen het gewoon weer.
Hoe moeilijk Is het om na jarenlange ervaring met spreekuren de gemiddelde lengte van een consult in te schatten en zo je afspraken goed te plannen?
Ik zie voor Michiel een gouden toekomst weggelegd als onafhankelijk spreekuren adviseur voor artsen. Hij had namelijk geen enkele fout gemaakt tijdens ons hoofdrekenspel.
Terwijl we naar buiten liepen vergeleek ik de tijd op de wandklok met die van mijn horloge. De wandklok liep vijf minuten achter. Zo slim zijn ze dan weer wel, die artsen.
http://www.depers.nl/columns/
Het was weer tijd voor een bezoek aan de KNO-arts met Michiel, onze jongste van zeven. Sinds jaar en dag past de beste man micro-irrigatie met buisjes toe op beide gehoorgangen en trommelvliezen. Michiel was ondertussen weer op een kritiek punt belandt. Hij hoorde ons namelijk niet meer wanneer we hem vroegen of hij een snoepje wilde. Tot nu toe is dat een aardig betrouwbaar criterium gebleken.
Klokslag kwart over twee werden we verwacht.
Zittend in de wachtkamer draaide de secondewijzer van de wandklok ongestoord zijn rondjes. Een beginnende puber met een gebroken been vierde zijn hyperactiviteit bot op de rolstoel waaraan hij gekluisterd zat. Zijn moeder was duidelijk gewend aan het aan ADHD grenzende gedrag van haar zoon en staarde onverstoorbaar voor zich uit, net als de andere wachtenden.
Michiel en ik begonnen onze tijd te doden met armpje drukken op de leuning van de stoel. Daarna hebben we de assistentes een cijfer gegeven tussen de één en de tien. Vervolgens bleef er ruimschoots tijd over om talloze hoofdrekensommen tot de honderd op te lossen.
Toen we inmiddels ruim twintig minuten 'overtijd' waren, begon ik me af te vragen hoe het toch mogelijk is dat we dit normaal vinden. Artsen hebben jarenlange universitaire studies achter de rug met wiskunde als verplicht vak. Ze weten precies waar alles in ons lichaam zit en waar het voor dient. Ze snijden ons open, verplaatsen onderdelen van de een naar de ander en naaien ons weer dicht. Korte tijd na zo’n ingreep staan we meestal weer op en doen het gewoon weer.
Hoe moeilijk Is het om na jarenlange ervaring met spreekuren de gemiddelde lengte van een consult in te schatten en zo je afspraken goed te plannen?
Ik zie voor Michiel een gouden toekomst weggelegd als onafhankelijk spreekuren adviseur voor artsen. Hij had namelijk geen enkele fout gemaakt tijdens ons hoofdrekenspel.
Terwijl we naar buiten liepen vergeleek ik de tijd op de wandklok met die van mijn horloge. De wandklok liep vijf minuten achter. Zo slim zijn ze dan weer wel, die artsen.
Abonneren op:
Posts (Atom)