Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.

maandag 21 maart 2011

Wereld van verschil.

Een paar weken geleden werd de inboedel van het failliete IT’s te koop aangeboden. In de kranten en op televisie beelden van mensen die vastberaden waren om als eerste binnen te komen. Voordringen, elleboogje hier, knietje daar, verbale intimidatie; bijna alles was geoorloofd in hun jacht naar korting.
Afgelopen vrijdag draaide ik tijdens de avondspits bij Ouderrijn de A12 op. De ruimte tussen de twee auto’s links van mij was te krap om in te kunnen voegen. Ik zette mijn richtingaanwijzer aan om duidelijk te maken dat ik er graag tussen wilde. De achterste van de twee bleef op minder dan een meter van zijn voorganger zitten en gaf geen krimp. Ik keek hem van opzij aan, hij keek terug. Ik gebaarde, zonder middelvinger, dat ik heel graag naar links wilde. Met een arrogant gebaar maakte hij duidelijk dat ik dan toch echt achter hem moest aansluiten.
Ik besloot dat de beste man mijn opwinding niet waard was, liet mijn gas los en voegde achter hem in. Toen ik hem even later inhaalde stak ik nog even mijn duim op, als dank. Ik geef eerlijk toe dat ik ook niet altijd zin heb om ruimte voor een ander te maken.
Verbijsterd keek ik de afgelopen weken naar de beelden uit Japan. De omvang is niet te bevatten, de machteloosheid die bij een deel van de bevolking moet heersen evenmin. De schappen van de winkels raakten zo goed als leeg en er ontstond schaarste aan drinkwater. Opeens stuitte ik op een foto die me aan het denken zette. Lange rijen mensen, van boven af gefotografeerd. Iedereen wachtte geduldig tot het moment waarop ze hun rantsoen voedsel en water in ontvangst mochten nemen. Zelfs op de foto was te zien hoe gedisciplineerd het er aan toe ging.
Mocht er ooit in Nederland een ramp van dergelijke omvang plaatsvinden vraag ik me af hoe het er hier aan toe zal gaan? Sluiten wij netjes achter in de rij aan? Geven we elkaar de ruimte? Laten we met z’n allen hopen dat we daar nooit achter hoeven te komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten