Het zal weinig mensen ontgaan zijn, sinds woensdag 6 april mogen vrouwen in Nederland eicellen laten invriezen. Ideaal voor bijvoorbeeld carrièrevrouwen die eiceltechnisch op hun hoogtepunt zijn maar nog niet aan kinderen willen beginnen. Op 7 april spraken Matthijs van Nieuwkerk en Halina Reijn in De Wereld Draait Door over het onderwerp. De kosten voor het onderdompelen van verse vrouweneitjes in een gecultiveerde Siberische winter blijken zesduizend euro te zijn. Daarvoor moet je dan wel twee, niet al te prettige behandelingen ondergaan. Halina vroeg aan Matthijs of hij dat geld voor haar op tafel ging leggen. Door die vraag zag ik ineens een gat in de markt. Waarom geen eicelsponsoring?
‘Deze Antarctische eicellen zijn mede mogelijk gemaakt door Captain Iglo.’
Maar wie kijkt er nu in de vrieskisten van het AMC, de plek waar die eicellen opgeslagen worden? Voor die paar laboratoriummedewerkers trekt een sponsor zijn portemonnee niet uit de broekzak. Het zal dus veel groter aangepakt moeten worden.
Ik pleit daarom voor een samenwerking tussen ziekenhuizen en het Thialf in Heerenveen. Al die eicellen worden ingevroren in het razendsnelle ijs van onze nationale schaatstempel. Langs de kant tientallen zwaar gesponsorde reclameborden.
Het productschap Pluimvee en Eieren plaats hun bekende slogan: een ei hoort erbij.
Met Pasen organiseert het Thialf een wedstrijd ijseieren zoeken.
De partner van een van onze voormalige schaatshelden doet mee en sponsort het bord: ‘Rintje, hier ligt het ingevroren begin van ons kindje.’
Verderop in DWDD een item over de nieuwe film van Reinout Oerlemans. Het verhaal van Willem Barentsz wordt verfilmd met in één van de rollen Doutzen Kroes. Waarom niet het huidige budget van een slordige zeven miljoen opkrikken door middel van een kijkersactie. Eén van de ingevroren eicellen van Doutzen wordt verstopt op Spitsbergen. Wie wil mag gaan zoeken. Eyeworks volgt de tientallen echtparen op de voet en produceert het reality programma. Resultaat: een hoop publiciteit, hoge kijkcijfers, veel sponsoren en dus geld. En het echtpaar dat wint mag de rest van hun leven roepen dat hun kind toch echt het mooiste van de hele wereld is.
Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.
vrijdag 8 april 2011
dinsdag 5 april 2011
Rokjesdag
De winter heeft zich alweer even teruggetrokken en zo nu en dan laat de lente zich gelden. Een paar uurtjes zon, een weekend met temperaturen rond of net boven de twintig graden. Het begint er af en toe alweer echt op te lijken.
Het lijkt ook wel of er, sinds Martin Bril niet meer onder ons is, steeds vaker gepraat en geschreven wordt over rokjesdag. Wanneer zal het dit jaar zijn? Wat denk je, gaat het komende week gebeuren? Martin zit vast en zeker ergens glimlachend achterover geleund zijn erfenis in zich op te nemen. Aan het eind van de dag neemt hij plaats achter zijn bureau en schrijft een column voor het Hemelsch Dagblad. Op zijn dooie gemak, er is toch tijd zat.
Nu kan ik het mis hebben maar ik heb hem nog niet meegemaakt dit jaar, rokjesdag bedoel ik dan. Hoewel het afgelopen zaterdag heerlijk weer was, werd ik niet warm of koud van wat ik in het centrum om me heen zag. Geen rokje die onder invloed van een flinke zucht wind even een paar centimeter omhoog golfde en een flard van opwinding uit het winkelend publiek liet opstijgen. Geen universeel weten bij het vrouwelijke deel van de bevolking dat dit dé dag was. Niet een algemene alertheid bij de mannen.
Maar ineens schoot het mij te binnen. Ik woon in het verkeerde deel van ons land. In onze vaderlandse Bible Belt kennen we geen rokjesdag. In deze contreien draagt sowieso een deel van de bevolking dagelijks een rok. Het liefst één die minimaal tegen windkracht zes bestand is. Dit zorgt voor zo weinig mogelijk opwaaiende stukken stof waardoor hooguit minieme stukjes van een bloot been onthuld worden. Het vrouwelijk deel van de bevolking dat zich normaal gesproken niet in rok hult zal zich zelfs op ‘rokjesdag’ waarschijnlijk niet laten verleiden door hun innerlijke drang.
Daarom overvalt me ieder voorjaar dat melancholische gevoel. Het is mijn onderbewuste weten dat ik die ene dag van het jaar hier moet missen. De dag waarop het leven elders in ons land ineens veel zonniger lijkt.
Het lijkt ook wel of er, sinds Martin Bril niet meer onder ons is, steeds vaker gepraat en geschreven wordt over rokjesdag. Wanneer zal het dit jaar zijn? Wat denk je, gaat het komende week gebeuren? Martin zit vast en zeker ergens glimlachend achterover geleund zijn erfenis in zich op te nemen. Aan het eind van de dag neemt hij plaats achter zijn bureau en schrijft een column voor het Hemelsch Dagblad. Op zijn dooie gemak, er is toch tijd zat.
Nu kan ik het mis hebben maar ik heb hem nog niet meegemaakt dit jaar, rokjesdag bedoel ik dan. Hoewel het afgelopen zaterdag heerlijk weer was, werd ik niet warm of koud van wat ik in het centrum om me heen zag. Geen rokje die onder invloed van een flinke zucht wind even een paar centimeter omhoog golfde en een flard van opwinding uit het winkelend publiek liet opstijgen. Geen universeel weten bij het vrouwelijke deel van de bevolking dat dit dé dag was. Niet een algemene alertheid bij de mannen.
Maar ineens schoot het mij te binnen. Ik woon in het verkeerde deel van ons land. In onze vaderlandse Bible Belt kennen we geen rokjesdag. In deze contreien draagt sowieso een deel van de bevolking dagelijks een rok. Het liefst één die minimaal tegen windkracht zes bestand is. Dit zorgt voor zo weinig mogelijk opwaaiende stukken stof waardoor hooguit minieme stukjes van een bloot been onthuld worden. Het vrouwelijk deel van de bevolking dat zich normaal gesproken niet in rok hult zal zich zelfs op ‘rokjesdag’ waarschijnlijk niet laten verleiden door hun innerlijke drang.
Daarom overvalt me ieder voorjaar dat melancholische gevoel. Het is mijn onderbewuste weten dat ik die ene dag van het jaar hier moet missen. De dag waarop het leven elders in ons land ineens veel zonniger lijkt.
Abonneren op:
Posts (Atom)