Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.

vrijdag 17 juni 2011

Luchtje

Op 21 juni gepubliceerd in dagblad 'de Pers'

Onze kinderen hebben het snuffelen op rommelmarkten en in kringloopwinkels genetisch geërfd van hun moeder. Ik ben namelijk die man die met zijn handen in zijn zakken staat toe te kijken. Degene die gelaten knikt als er weer een schat uit de rommel wordt opgedoken.
Er zijn twee dingen waar ik warm voor loop: cd’s en boeken. Hoewel ook dat vaak tegenvalt, Corry Konings en de Bouquetreeks zijn namelijk weer niet aan mij besteed.
Gisterenmiddag kwam onze zoon van dertien opgewonden thuis. In de etalage van de kringloopwinkel had hij iets gezien wat hij beslist wil hebben.
Nu is zijn worsteling met de pubertijd in volle gang, de eerste feestjes zijn achter de rug en hij is inmiddels heimelijk verliefd (en ik weet op wie). Wat sinds enkele maanden onmisbaar is, zijn fris ruikende oksels die de hele dag geen spoor van hun natuurlijk geur prijsgeven. Een zware, kruidige geur sijpelt daarom dagelijks, rond zeven uur ’s morgens, onder de deur van zijn slaapkamer door en neemt bezit van het huis. Enkele vriendelijke verzoeken om het spuiten te beperken tot kleinere hoeveelheden zijn tot op heden niet gehonoreerd. De bussen raken inmiddels zo snel leeg dat we besloten hebben dat hij zijn okselfris van zijn eigen zakgeld moet gaan kopen.
De etalage waar hij gisteren langs reed, biedt hem mogelijkheden tot besparing op zijn budget. De daar opgestelde spuitbussen zijn namelijk half zo duur als in de drogisterij. Ik schoot in de lach toen hij vertelde dat hij deodorant wil kopen in een tweedehands winkel.
‘Waarom moet je daarom lachen?’ vroeg hij enigszins verontwaardigd.
‘Omdat ik me afvraag bij wie de geur in die spuitbussen vandaan komt,’ antwoordde ik.
Hij was even stil, moest er duidelijk even over nadenken.
‘Ha ha, pap. Flauwe grap. Niet meer dan een drie.’ Wij geven elkaar inmiddels cijfers op een schaal van één tot tien, voor elkaars grappen en woordspelingen.
‘Toch ga ik er dit weekend één kopen,’ besloot hij.
Voor mij het bewijs wat ik al langer beweer: tweedehands spullen, daar zit altijd een luchtje aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten