Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.

maandag 26 september 2011

Koffie verkeerd

Een paar jaar geleden bestelde ik in de VS een koffie. Onmiddellijk kreeg ik allerlei vragen op me afgevuurd die ik per direct moest beantwoorden. Groot of klein, sterk, slap, gewone melk, opgeklopt, suiker, zoetjes? Terwijl ik mijn best deed antwoorden te bedenken keek de dame mij ongeduldig aan. Achter me hoorde ik gekuch en geschuifel van de volgende klanten die blijkbaar vonden dat tien seconden wel erg veel tijd is om vijf vragen te beantwoorden.
Ik bedacht me hoe blij ik was dat in Nederland het leven nog één stapje trager verliep.
Deze week zag ik een reclame waarin een paar mannen het huis van een vriend binnenvielen. Ze maakten zich namelijk ongerust omdat hij al twaalf seconden geen bericht meer via Twitter, MSN, e-mail en allerlei social media de wereld had ingestuurd. Vanochtend op de radio werd schande gesproken over Matthijs van Nieuwkerk omdat hij niet direct een antwoord had op de vraag hoe hij zijn schaamhaar draagt. En niet voor niets sprak premier Rutte de legendarische woorden: ‘doe zelf eens normaal, joh,’ terwijl hij beter had kunnen zwijgen.
Ook in Nederland hoor je er inmiddels alleen nog maar bij wanneer je zo ad rem bent dat je antwoord geeft voor de vraag gesteld is.
Tegen mijn gevoel in probeer ik mijn kinderen daarom klaar te stomen voor het ‘echte leven’.
Als ze zich kwaad maken zeg ik tegen ze: ‘even tot twee tellen en dan rustig doorgaan.’
Wanneer ik vraag wat voor beleg ze op hun brood willen en ze geven binnen één seconde geen antwoord, smeer ik er voor straf spruitjespasta op.
Als ze op hun vrije woensdagmiddag een videofilm kijken zet ik de dvd-speler op versneld afspelen. In de helft van de tijd zien zij de film en het bespaart mij geld voor een cursus snellezen. Bijkomend voordeel: ze hebben daarna nog een half uur over om berichtjes te sturen naar hun vierhonderdvijfentwintig Hyves vrienden.
Ondertussen drink ik, binnen tien seconden, mijn Latte Macchiato met medium opgeklopt schuim, anderhalf zoetje uit een halfgrote beker.

maandag 5 september 2011

Terug in de tijd.

Het was mooi weer en we besloten naar het Archeon te gaan om een duik in het verleden te nemen.
Geen wildwaterbanen maar uitgeholde boomstammen waarin je zelf moet peddelen. Binnen de kortste keren verdwenen onze kinderen gillend en lachend uit het zicht. Wij bleven op veilige afstand naar een prehistorische jachtdans staan kijken. Kom je namelijk te dichtbij dan loop je het risico tussen de stampende en woeste kreten uitstotende meute getrokken te worden.
Vanuit het stenen tijdperk overbrugden we even later moeiteloos de drieduizend jaar die ons scheidden van de bronstijd. We ontdekten dat onze verre voorouders op rieten matten sliepen en boomstammen als bank gebruikten. Tegenover die keiharde zitplaats hingen dierenvellen in plaats van een flatscreen.
Van graan en kruiden brouwden ze bier dat lauw, koolzuurloos maar drinkbaar was.
Weer honderd meter verderop stapten we de Romeinse tijd in. En wat is er meer Romeins dan een gladiatorengevecht? Om half vier vulden een paar honderd man de tribunes van de arena. In zo’n omgeving is er natuurlijk niets mooier dan iemand uit het publiek voor schut zetten. De stoere gladiator zocht een vrijwilliger, drie kinderhanden en die van mijn vrouw wezen in mijn richting, ik dook onder de bank maar helaas, er was geen ontkomen aan.
Dus werd Pim omgedoopt tot Pimus. In zo’n gevecht tussen woeste uitziende, zwaar gespierde mannen moet je op zijn minst een beetje stoere naam hebben. Ondanks pogingen mijn tegenstander van de wijs te brengen door mijn ondermaatse biceps te tonen en oorlogskreten uit te stoten was mijn rol snel uitgespeeld. Een lans trof me in mijn bovenlijf, ik stortte ter aarde en blies mijn laatste adem uit.
Mijn einde in de arena markeerde het begin van fifteen minutes of fame. Even later, wandelend richting de uitgang, herkenden verschillende parkbezoekers gladiator Pimus. Bij mijn kinderen kon ik niet meer stuk en terwijl we vanuit de prehistorie de snelweg opdraaiden, namen de verrichten van Pimus mythische proporties aan.
En Pimus zelf? Die verlangde naar een koud biertje en een avondje televisie kijken op bank.