Op het vroege nieuws kwam een item voorbij over pootaardappelboeren in Friesland. Door zoutwinning komen hun velden eerder en langer onder water te staan. Gevolg? Weg oogst.
Ondanks de malaise die hen te wachten staat, verzuchtte mijn vrouw: ‘ik kan beter pootaardappelboer worden in plaats van juf.’
Dat het op hun school de laatste tijd druk is, was mij bekend, maar dat het zo erg was? Ik vroeg haar daarom wat er precies aan de hand is.
‘Voor alle leerlingen moet een POP worden opgesteld,’ legde ze uit.
‘Een wat?’
‘Een Persoonlijk Ontwikkelings Plan. En voor de zwakste leerlingen moet een handelingsplan komen. Door het terugdringen van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs, krijgen wij steeds meer zwakke leerlingen in de klas.’
‘En verder?’
‘Moet er voor alle leerlingen een sociogram worden opgesteld.’
‘En dat is?’
‘Een overzicht waarin je kan zien welke sociale relaties en verbindingen er zijn binnen een groep leerlingen.’
‘En dat zorgt voor?’
‘Ja, weet ik veel. Kijk, een pootaardappelboer interesseert het niet welke pootaardappel sociale contacten met wie onderhoudt. Zolang die krengen maar groeien.’
‘Ik begrijp dat dit extra werk met zich meebrengt?’
‘Natuurlijk brengt dat extra werkt met zich mee. En dat dus naast de ouderavonden, voorbereidingen voor Sinterklaas en Kerst, het schrijven van rapporten, overleg met de bovenbouwgroep, vergaderingen met al het onderwijzend personeel, koffiediensten, pleinwacht en alle andere zaken.’
‘Zoals lesgeven.’
‘Wat?’
‘Lesgeven, je weet wel, voor de klas staan en de kinderen nieuwe dingen vertellen waardoor ze leren.’
‘Ja duhuh. Dat niet alleen maar we moeten ook nog experimenteren met nieuwe werkvormen.’
’s Avonds besloot ik even te googelen. Die vernieuwingen binnen het onderwijs moeten een positief effect hebben op het niveau van onze schooljeugd. Een recent onderzoek van het Centraal Planbureau liet echter tot mijn verbazing zien dat het niveau van de gemiddelde leerling gedaald is.
Ik vroeg me direct af waarom we de POP’s en alle andere plannen niet overboord gooien. Waarom passen we het pootaardappelensociogram niet toe op de leerlingen. Tegelijkertijd gaan we terug naar klassikaal lesgeven en laten ze groeien?
Uitspraken, beelden, gebeurtenissen trekken dagelijks aan ons voorbij. Soms kan ik ze niet langs me heen laten gaan zonder er iets mee te doen.
donderdag 27 oktober 2011
maandag 10 oktober 2011
Go Go
Gepubliceerd in de Pers op 10 oktober 2011
Met een volle winkelwagen sta ik voor de uitgang van de supermarkt met de grote C. Naast de bossen rozen en potten herfstasters wacht ik tot een volle winkelwagen mij passeert. Een oudere dame met een enorme stapel etenswaren en schoonmaakmiddelen schuifelt door de schuifdeuren naar buiten. Onmiddellijk gevolgd door die kinderstemmen: ‘mevrouw, mevrouhouw.’
Als ik om het hoekje gluur, zie ik dat zeker achttien kinderen om haar heen zwermen. Ze gebaart paniekerig en roept iets maar haar stem komt niet boven de dansende en hossende massa uit. Ik haal diep adem, duw mijn winkelwagentje naar buiten en loop zo snel mogelijk richting de parkeerplaats, vijftig meter verderop.
Voor ik echter halverwege ben staan er al drie voor me; verhitte gezichten, hoge stemmen en een volume van minimaal 103 decibel.
‘Mijnheer, heeft u gogooos?’
Ik draai mijn proviandkar en begin te rennen, achter mij hoor ik hoe het grut mij achtervolgt.
‘Meneeheeer!!’
Steeds sneller probeer ik de meute te ontvluchten. Het geluid van voetstappen verandert in tromgeroffel en komt steeds dichterbij. Kinderhanden pakken mijn jas vast waardoor het steeds zwaarder wordt om te rennen. Op het moment dat er drie koters aan mijn armen en twee aan mijn benen hangen geef ik het op. Ik struikel en voor ik het weet zitten ze op mijn rug. Ik voel hoe ze mijn jaszakken, broekzakken en borstzak doorzoeken.
‘Hé, kappen nou,’ roep ik luid.
‘Wat is er?’ roept iemand.
‘Ik ben het zat. Een mens kan niet eens meer normaal boodschappen doen.’
Een hand aait mijn wang. Het is geen kinderhand maar een warme volwassen vrouwenhand.
Ik draai mijn hoofd opzij en zie het gezicht van mijn vrouw.
‘Schat. Het is half acht. Ga je mee eruit? We zouden vroeg boodschappen doen omdat het nu nog rustig is.’
Het duurt een paar seconden voor ik besef wat er aan de hand is.
‘Ja graag,’ roep ik en spring uit bed.
Verbaasd kijkt ze me aan.
‘Vanwaar dat enthousiasme?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op, ‘Oh, zo maar.’
Met een volle winkelwagen sta ik voor de uitgang van de supermarkt met de grote C. Naast de bossen rozen en potten herfstasters wacht ik tot een volle winkelwagen mij passeert. Een oudere dame met een enorme stapel etenswaren en schoonmaakmiddelen schuifelt door de schuifdeuren naar buiten. Onmiddellijk gevolgd door die kinderstemmen: ‘mevrouw, mevrouhouw.’
Als ik om het hoekje gluur, zie ik dat zeker achttien kinderen om haar heen zwermen. Ze gebaart paniekerig en roept iets maar haar stem komt niet boven de dansende en hossende massa uit. Ik haal diep adem, duw mijn winkelwagentje naar buiten en loop zo snel mogelijk richting de parkeerplaats, vijftig meter verderop.
Voor ik echter halverwege ben staan er al drie voor me; verhitte gezichten, hoge stemmen en een volume van minimaal 103 decibel.
‘Mijnheer, heeft u gogooos?’
Ik draai mijn proviandkar en begin te rennen, achter mij hoor ik hoe het grut mij achtervolgt.
‘Meneeheeer!!’
Steeds sneller probeer ik de meute te ontvluchten. Het geluid van voetstappen verandert in tromgeroffel en komt steeds dichterbij. Kinderhanden pakken mijn jas vast waardoor het steeds zwaarder wordt om te rennen. Op het moment dat er drie koters aan mijn armen en twee aan mijn benen hangen geef ik het op. Ik struikel en voor ik het weet zitten ze op mijn rug. Ik voel hoe ze mijn jaszakken, broekzakken en borstzak doorzoeken.
‘Hé, kappen nou,’ roep ik luid.
‘Wat is er?’ roept iemand.
‘Ik ben het zat. Een mens kan niet eens meer normaal boodschappen doen.’
Een hand aait mijn wang. Het is geen kinderhand maar een warme volwassen vrouwenhand.
Ik draai mijn hoofd opzij en zie het gezicht van mijn vrouw.
‘Schat. Het is half acht. Ga je mee eruit? We zouden vroeg boodschappen doen omdat het nu nog rustig is.’
Het duurt een paar seconden voor ik besef wat er aan de hand is.
‘Ja graag,’ roep ik en spring uit bed.
Verbaasd kijkt ze me aan.
‘Vanwaar dat enthousiasme?’ vraagt ze.
Ik haal mijn schouders op, ‘Oh, zo maar.’
Abonneren op:
Posts (Atom)